Wat houdt de Duitse en Nederlandse marinesamenwerking nu echt in?


Aan boord van Zr.Ms. Karel Doorman hebben de Nederlandse en Duitse ministers van Defensie een intentieverklaring voor intensieve samenwerking ondertekend. Marineschepen.nl was bij de ondertekening aanwezig en sprak meerdere hoofdrolspelers over de samenwerking en de plannen.

Zr.Ms. Karel Doorman Zr.Ms. Karel Doorman in Amsterdam aan de Veemkade voor de ondertekening. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Het voertuigendek van het grootste Nederlandse marineschip was vandaag het decor van een korte ceremonie die in het teken stond van intensieve samenwerking tussen de Duitse en Nederlandse krijgsmachten. Met op de achtergrond tanks van de Duitse landmacht en voertuigen van het Seebataillon, zetten de ministers van Defensie Jeanine Hennis en Ursula von der Leyen hun handtekening.   

Dat Duitsland medegebruiker wordt van Zr.Ms. Karel Doorman en het Duitse Seebataillon geïntegreerd wordt binnen de Koninklijke Marine, was al langer bekend. Maar veel meer ook niet en dat leidde tot zorgen -die hier ook op Marineschepen.nl zijn geuit- over de schaarse capaciteit die de Doorman voor Nederland heeft, en vragen via social media.

"Gaat de Doorman onder Duitse vlag varen?" "Hoeveel gaan de Duitsers betalen?" Waren een paar van die vragen.

De ondertekening gisteren bood eindelijk de kans om meer over de samenwerking te weten te komen. En om direct bovenstaande vragen te beantwoorden: nee, de Doorman blijft ten alle tijden een Nederlands marineschip en Duitsland gaat niet betalen in de vorm van geld, want het is een uitruil van mensen en middelen.

Toch kunnen nog lang niet alle vragen beantwoord worden, de ondertekening betrof een intentieverklaring; een eerste stap richting intensieve samenwerking, de details moeten nog uitgewerkt worden.

Volgens Hennis was het desondanks wel belangrijk dat die verklaring gisteren ondertekend werd, zei ze in haar toespraak: "Vandaag en morgen ontvang ik hier in Amsterdam alle Europese defensieministers. En het belang van Europese defensiesamenwerking is de rode draad tijdens onze vergadering. En de unieke samenwerking tussen Duitsland en Nederland zal zeer zeker als voorbeeld dienen."

Uitruilen zonder dat het pijn doet
Direct betrokken bij de samenwerking is uiteraard Commandant Zeestrijdkrachten, luitenant-generaal der mariniers Rob Verkerk. Hij ziet de samenwerking als zeer waardevol en het Duits medegebruik van de Doorman hoeft volgens Verkerk geen probleem te zijn voor de Nederlandse marine: "Wij hebben de Karel Doorman hard nodig voor het op zee bevoorraden (BOZ) van de vloot. Dus als Duitsland gebruik maakt van dit schip voor zeetransport of als seabase, moeten we wel kijken hoe we gecompenseerd kunnen worden voor het verlies van BOZ-capaciteit. Bijvoorbeeld door van Duitse zijde een evenredig aantal tankerdagen beschikbaar te krijgen, want zij hebben meerdere tankers. Op die manier kun je wel tot uitruilen komen zonder dat het pijn hoeft te doen."

Duitsland beschikt over vijf bevoorradingsschepen: drie van de Berlinklasse en twee van de Rhönklasse.
"De nadelen kun je dus mitigeren door op een slimme manier om te gaan met elkaars capaciteiten. Want van een samenwerking moet je allebei voordelen ondervinden."

Ook heeft Verkerk een goed gevoel bij de samenwerking met het Seebataillon. "Wat je uiteindelijk wil is dat het Seebataillon en vergelijkbare eenheden van het Commando Zeestrijdkrachten interoperabel zijn, zodat de Duitsers op ieder moment snel kunnen inklikken. Het Seebataillon kent veel specialiteiten voor een eenheid van pakweg 800 man. We moeten dus eerst kijken waar de juiste partners binnen de Koninklijke Marine zitten en dan vervolgens oefenprogramma's op elkaar afstemmen en technieken, tactieken en procedures."

De kern van deze samenwerking ligt dus in eerste instantie op specifieke kleine onderdelen. Een gelijkenis met de UK/NL Amphibious Force is er dus niet volgens Boots.
"Dat is een complete amfibische taakgroep, dat is van een andere orde; een veel grotere organisatie."