Artikelindex

 

Regeling reüniefaciliteiten Defensie (versie 05102016)

Vastst./Wijz               Bron             Nummer                 Wijz. t.a.v.                      Inwerkingtr. datum

datum

18-05-10          HDP/PSZ        BS/2010015570                                                        18-05-10

21-09-10           HDP/PSZ       BS/2010031305              Bijlage l                              01-05-10

25-01-11           HDP/PSZ       BS/2011003997              Bijlage l                              01-01-11

24-04-12           HDP/PSZ      BS/2012014422              Bijlage l                              01-02-12

30-01-14           HDP              BS/2014001248              Bijlage l                              01-02-14

 

Artikel l Begripsbepalingen
In deze Regeling wordt verstaan onder:
a. Postactieven: gewezen militairen en burgerlijke ambtenaren van Defensie die ten minste zes jaar tot het beroeps- of reservepersoneel hebben behoord dan wel een vaste aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij Defensie hebben gehad.
b. Veteranen: de militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlandsen Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen.

c. Oorlogs- en dienstslachtoffers: dienstslachtoffer is de gewezen militair in het genot van een invaliditeitspensioen dan wel garantiepensioen met onderliggende invaliditeit. Indien deze aanspraken voortvloeien uit de uitoefening van de militaire dienst tijdens een uitzending of onder oorlogsomstandigheden, is er sprake van een oorlogsslachtoffer.

d. Reünie: een bijeenkomst/activiteit van leden van een verband van postactieven, veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers, eventueel samen met andere doelgroepen, gericht op het delen van ervaringen en het in stand houden van betrekkingen.
e. Reünieverband: een rechtsvorm met aantoonbare achterban van postactieven, veteranen of oorlogs- en dienstslachtoffers, ingeschreven bij de Kamer van koophandel, die als doel heeft om de onderlinge contacten tussen de leden dan wel de contacten tussen de leden en het actieve defensiepersoneel te bevorderen en te onderhouden.
f. Belangenvereniging: voor deze regeling wordt onder reünieverband tevens verstaan een belangenvereniging van overheidspersoneel die is aangesloten bij een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie.
g. Reünieregister: een register waarin de reünieverbanden zijn opgenomen die in aanmerking komen voor de faciliteiten van deze regeling.
h. Defensieonderdeel: het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, de Koninklijke Marechaussee, het Commando Dienstencentra, de Defensie Materieel Organisatie dan wel de Bestuursstaf van het Ministerie van Defensie.
i. Rechthebbenden postactieven, veteranen, militaire oorlog- & dienstslachtoffers of leden van een belangenvereniging ,die deel uitmaken van een in een reünieregister ingeschreven reünieverband,
dan wel begeleiders van rechthebbende veteranen die om sociaal-medische redenen niet alleen naar een reünie kunnen reizen of verblijven.

Artikel 2 Doel van de regeling
Met deze regeling wordt beoogd de contacten tussen rechthebbenden van een reünieverband en werknemers van Defensie van dezelfde eenheid of onderdeel of met dezelfde uitzendervaring, met faciliteiten te ondersteunen en tevens de binding met Defensie vorm te geven.

Artikel 3 Reüniefacïliteiten
1. Een reünieverband kan ten laste van Defensie eenmaal per kalenderjaar aanspraak maken op de volgende faciliteiten ten behoeve van de organisatie van een reünie:
a. Een tegemoetkoming in de kosten van de bijeenkomst/activiteit;
b. Het gebruik van een ingerichte ontmoetingsruimte op een militaire locatie.
2. Een rechthebbende kan van meerdere reünieverbanden lid zijn maar echter maximaal tweemaal per jaar gebruik maken van de faciliteiten bij verschillende reünieverbanden.
3. De bijdrage in de kosten van de reüniefaciliteiten komt voor rekening van het defensieonderdeel waartoe het reünieverband traditioneel behoort.
4. De Defensieonderdelen bepalen de bijdrage in de kosten van de reüniefaciliteiten in onderling overleg indien art. 3, derde lid niet van toepassing is.
5. Het normbedrag voor de tegemoetkoming in de reünie wordt vijfjaarlijks vastgesteld en opgenomen in bijlage I van deze regeling.

 

Artikel 4 Toekennen van faciliteiten
Een reünieverband dat gebruik wenst te maken van de reüniefaciliteiten, dient daartoe een verzoek in bij het defensieonderdeel dat volgens artikel 3, vierde en vijfde lid, van deze regeling wordt belast met de kosten van de reüniefaciliteiten.
  1. Voordat het defensieonderdeel beslist op een verzoek van een reünieverband om gebruik te mogen maken van de reüniefaciliteiten, wordt getoetst of de reünie voldoet aan het gestelde in artikel 2.
 
Artikel 5 Militaire locatie
  1. Een reünie dient bij voorkeur plaats te vinden op een militaire locatie, om de contacten tussen het actief dienend personeel van Defensie en de reünisten te versterken. Het defensieonderdeel waartoe het reünieverband behoort, verstrekt de reüniefaciliteit. Als gebruik wordt gemaakt van een locatie van een ander defensieonderdeel blijven de kosten voor rekening van het defensieonderdeel waartoe het reünieverband behoort. 2. De ondersteuning van een reünie op een militaire locatie dient te geschieden met de middelen en faciliteiten die door de commandant van de betrokken militaire locatie kunnen worden geboden.
 
Artikel 6 Reünieregister reünieverbanden
  1. Namens de Minister van Defensie beslissen de defensieonderdelen op een verzoek van een reünieverband voor postactieven dan wel voor oorlogs- en dienstslachtoffers om te worden
opgenomen in het reünieregister. Voorafgaand aan de beslissing wordt getoetst of het reünieverband voldoet aan het gestelde in artikel l, onderdeel e.
  1. Namens de Minister van Defensie beslist de Directeur van het Veteraneninstituut op een verzoek van een reünieverband voor veteranen om te worden opgenomen in het reünieregister. Voorafgaand aan de beslissing wordt getoetst of de reünieverband voldoet aan het gestelde in artikel l, onderdeel e. Ook vindt overleg plaats met het defensieonderdeel waartoe het betreffende reünieverband traditioneel behoort.
  2. Namens de Minister van Defensie beslist de Hoofddirecteur Personeel, op een verzoek van een reünieverband voor belangenverenigingen, om te worden opgenomen in het reünieregister.
  3. Het reünieregister wordt bijgehouden door het Veteraneninstituut.
 
Artikel 7 Evaluatie
Deze Regeling wordt vijfjaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
 
Artikel 8 Intrekking regelgeving
De Raamregeling reünie faciliteiten van 18 mei 2010, nr. P/2010015570 wordt ingetrokken.
 
Artikel 9 Inwerkingtreding
Deze Regeling treedt in werking met ingang van datum dagtekening.
 
Artikel 10 Citeertitel
Deze Regeling wordt aangehaald als "Regeling reüniefaciliteiten Defensie "