Beste Vaer. 


 

 

 Het woord van de voorzitter.   

Een vreemdeling is een vriend die je nog niet kent.' In dit Ierse spreekwoord liggen alle mogelijkheden en kansen van de ontmoeting met een vreemdeling besloten. Vele mensen, overal ter wereld  komen aan die vriendschap nooit toe. 
 Voor hen is en blijft de vreemdeling iemand die met achterdocht wordt bejegend, die wordt geweerd of genegeerd, of zelfs gediscrimineerd en vervolgd. De kritische vragen die de vreemdeling stelt vanuit een andere beleving van waarden en normen, een andere cultuur of religie, versterken die achterdocht nog.   Een dergelijke houding is niet alleen iets van onze tijd, zij is van alle tijden. Door de eeuwen heen bestaat dit al, in het stenen tijdperk toen men nog in grotten levend een steen voor de ingang van een grot rolden, of enkele hutten rond een tarweveldje hebben neergezet daarmee creëerden ze het begrip thuis, en worden buitenstaanders gezien als een potentiële bedreiging.  Een vreemdeling met het kwade oog die anderen zou kunnen beheksen. Er zijn eigenlijk geen woorden voor en het is niet zonder betekenis. En sluimert ergens in ons ook niet het besef van de vreemdeling in onszelf en in de dierbaren met wie we dagelijks verkeren? Hoewel wij denken ons en onze directe naasten goed te kennen, staan we soms weer versteld van de capaciteiten die in ons schuilen.  De mate van beschaving van een samenleving laat zich afmeten aan de manier waarop ze omgaat met vreemdelingen. Zo worden de Amerikanen en hun bondgenoten in Irak niet als bevrijders, maar als de vreemdeling gezien die met het boze oog, als zouden zij wel vertellen hoe de Irakees met zijn beschaving zal moeten omgaan.   Gelukkig worden onze jongens door een groot deel van de bevolking als humane hulpverleners gezien, maar helaas bestaat er een groep voor wie zij de vreemdeling (indringers) blijven, deze gedachten brengen de gevaren waaraan hij, met welke goede bedoelingen ook gekomen, wordt bloot gesteld.   Gevaar daar maar ook in het thuisland wordt deze militair, getuige de discussies rond om hun verblijf aldaar, niet altijd begrepen, met welke consignes is hij op weg gestuurd mag hij wel of niet zelf over het hanteren van het wapen besluiten? Wij thuis weten het allemaal zo goed immers, onze mensen zijn er op humanitaire gronden naar toe gezonden, dus is het geen oorlogsgebied als men ter zelfverdediging denkt het wapen te moeten gebruiken, doch als de discussie gaat over het in slaap vallen op de post gaat dan is dit een ernstig vergrijp er heerst daar immers een oorlog!  Weet u het dan nog?
 In de mei maanden gaan we ook vreemdelingen herdenken, voor ons als NVOAM zal het betekenen dat we in het bijzonder, de gevallen zeevarenden herdenken, vreemdelingen die zich over de wereld zeeën waagden om in den vreemde hun leven in de waagschaal te leggen zodat wij in vrijheid kunnen leven. 
 De herdenkingen in mei laten wij ons door de federatie "FOVAM" vertegenwoordigen.
 In het komende verenigingsjaar organiseren we weer diverse bijeenkomsten, op deze avonden komen wij als voormalige marine collega’s bijeen, praten over den vreemde waar wij vaak zijn geweest, de regelmatige oplopers zijn voor elkaar geen vreemde meer, maar er zijn leden voor ons nog vreemden en nog niet gekend.
 Het zou fantastisch zijn als wij op deze avonden u ook eens mogen begroeten, u wordt niet met achterdocht bejegend,  wordt niet geweerd of genegeerd, en aan het einde van de avond zult u zeggen wij kwamen als vreemden maar gaan als vrienden huiswaarts, tot de volgende oploopavond,  tot ziens:              
 Klaas Helder  vztr. NVOAM

 
Snel  laserkanon   nieuw boegbeeld
 
De Nederlandse marine bereidt zich voor op een oorlog  met Star Wars-achtige laserkanonnen en bijna onzichtbare  schepen. "We hebben echt iets te vieren."
(DvhN 11112017 - RAYMOND BOERE)
 
'Kijk eens naar dit uitzicht." Een opgetogen  admiraal Rob Kramer loopt naar een groot raam op de zevende verdieping van het hoofdkwartier in Den Helder.
Voor hem ligt een schip dat patrouilleert in het Caribisch gebied.
Iets verderop de mijnenjagers, de fregatten waarmee ze voor de kust van Somalië op piraten jagen en een onderzeeboot voor het betere spionagewerk.
Al heel wat jaren loopt Kramer mee in de marine wereld, maar het fenomenale plaatje van de  Nederlandse vloot in de haven van Den Helder went nooit.
Ook niet nu hij er vanuit 'De Albatros' op elk moment van de dag naar kan kijken.
Precies 23 schepen telt de Nederlandse marine nog.
Een schim van wat het was voordat begin jaren negentig het mes ging in de defensie­
begroting.
 
Elke kabinetsperiode daarna werd er nog meer op de krijgsmacht en de marine beknibbeld.
Veel schepen zijn afgestoten en van de exemplaren die wel in de vaart mochten blijven is de gemiddelde leeftijd inmiddels opgelopen tot bijna negentien jaar.
Niet eerder in de naoorlogse marine-historie was de Nederlandse vloot zo oud.
Plannen voor nieuwe schepen zijn er genoeg, maar er wordt nog altijd niets gebouwd.
Marine kenners maken zich zorgen  als er niet snel nieuwe schepen worden besteld,
heeft Nederland straks geen marine meer.
Sommige vakbonden spreken over een 'kaalgeschoren vloot', waarmee Nederland wordt weggevaagd als het aankomt op een confrontatie met een grote tegenstander zoals de Russen.
Kijkt u ook met pijn in het hart naar deze schepen?
 
We hebben meer nodig als we jongeren willen bereiken .
"Nee, zeker niet. Wat er nu ligt is misschien niet meer state of the art, maar het zijn wel capabele schepen die we zo goed mogelijk hebben aangepast aan deze tijd en die niet misstaan in de internationale marine­wereld.
Sterker nog, daarin voldoen ze prima zeker wat betreft onze radar daarmee lopen we echt voorop."
Nederland zou de Russen niet meer de baas zijn in een zeeslag, dat klinkt verontrustend in een tijd met oplopende spanningen.
Dat is ook te kort door de bocht en zou betekenen dat ik onverantwoordelijke risico' s zou nemen als ik mijn mensen naar buiten zou sturen, onze radars zijn de modernste ter wereld en de manier waarop wij onze vloot gebruiken is heel creatief en tactisch sterk.
We moeten wel opletten dat we bijblijven de ontwikkelingen in landen om ons heen gaan
snel daarom zijn we ook bezig met laserkanonnen, met een volgende generatie schepen die minder zichtbaar zijn en een stuk stiller.
We moeten zorgen dat onze nieuwe schepen innovatief zijn en op tijd worden geleverd."
Heeft u daar vertrouwen in?
Bij de luchtmacht duurde het vijftien jaar voordat er een politiek besluit viel over een nieuwe straaljager zoveel tijd heeft de marine niet.
De onderzeeërs kunnen nog maar zes jaar mee "we moeten zeker vaart maken, maar we hebben geleerd van de discussie over de F-35.
De belangrijkste les is dat we niet moeten toewerken naar een type, maar eerst praten over capaciteiten die we denken nodig te hebben, In die fase zitten we nu wat de onderzeeërs betreft.
Wij lezen in het regeerakkoord dat de politieke wil er is om echt te investeren in nieuwe spullen als dat besluit verder vorm krijgt dan zijn wij ook in staat om daar snel op te reageren  
er valt nu echt iets te vieren.
 
Veel militairen hangen de vlag nog niet uit, die zeggen eerst zien dan geloven?
"Dat begrijp ik; nog niet alles is op orde en dat zal nog tijd kosten als er 25 jaar in defensie is gesneden, wie dan plotseling veel geld pompt in de organisatie kan dat niet meteen wegzetten, omdat ook veel ondersteuning is verdwenen.
Er gaat echter veel gebeuren, we gaan weer ondernemen dingen durven doen daarin zullen we misschien best een keer onze neus stoten.
Ik sluit ook niet uit dat ik op de vingers wordt getikt, omdat ik te hard wil, we gaan vol gas geven niet alleen met het vervangen van oud materiaal, ook met het aanvullen van reservespullen.
En nog belangrijker: met het binnenhalen van nieuw personeel en het behouden van het bestaande, met hulp van buiten, want we kunnen het niet meer alleen.
Een uitzendbureau gaat voor ons de mensen zoeken, dat is best een stap, maar wij denken nog te traditioneel we hebben meer nodig als we bijvoorbeeld jongeren willen bereiken.
 
Onzichtbare schepen
 
Oorlogen die niet meer worden uitgevochten met kanonnen, maar met lasers, het doet denken aan Star Wars.
De Nederlandse marine gaat er echter serieus mee testen op haar oorlogsschepen, die zijn straks trouwens onzichtbaar.
TNO werkt op dit moment ergens in Nederland aan de hypermoderne laserkanonnen, die binnen vier tot vijf jaar daadwerkelijk op de marineschepen moeten worden geïnstalleerd. De wapens zijn vooral bedoeld om de schepen te beschermen tegen inkomende raketten. Het laserkanon is een energiebundel die zo krachtig en zo precies is dat projectielen ontploffen als ze worden aangestraald en verhit.
Amerika heeft al een laserwapen op een van hun oorlogsschepen gebouwd en ook de nieuwe marinebaas, admiraal Rob Kramer, gelooft sterk in de techniek. "Laser heeft het grote voordeel dat het waanzinnig snel is, waardoor je meerdere doelen tegelijk kunt uitschakelen.
Een raket of kogel heeft veel meer tijd nodig om iets te raken, de laser is zo precies dat het
mogelijk is heel kleine doelen zoals drones uit te schakelen.
Kramer hoopt binnen vijf jaar daadwerkelijk testen op Nederlandse oorlogsschepen te kunnen doen.
De techniek is nog niet zo ver dat dit nu al kan, zo is de kracht van de bundel nog niet sterk genoeg om daadwerkelijk doelen te vernietigen.
De grootste hoofdbreker is op dit moment de invloed van het weer, door bewolking en de watermoleculen die daarin zitten, verliest de laserbundel snel aan kracht, dat is voor drones niet zo'n groot probleem, maar wel als raketten onschadelijk moeten worden gemaakt.
Het is de bedoeling om de laserkanonnen te plaatsen op de nieuwe M­ fregatten die de marine binnenkort samen met België hoopt te kunnen kopen.
De nieuwe schepen krijgen overigens nog meer hypermoderne snufjes.
Zo worden ze nagenoeg onzichtbaar voor radar en zijn ze stiller, waardoor ze ook in het water moeilijker zijn te ontdekken, door allerlei slimme toepassingen is er eveneens minder personeel nodig, 110 mensen in plaats van de huidige 160.
De marine wil graag in samenwerking met het bedrijfsleven de lasers ontwikkelen, omdat dit een impuls kan geven aan de Nederlandse wapenindustrie.
 
 
Juncker heeft zijn zin: EU tekent  echt voor een Europese defensie
DvhN 13112017 FRANS BOOGAARD
 
BRUSSEL: Veel tromgeroffel komt er niet aan te pas, maar het is voor Eu­ropa toch een stevige sprong vooruit: zeker 23 landen, waaronder Nederland, tekenen voor een Europese defensie.
Die moet de optelsom van nationale strijdkrachten extra vuurkracht geven, terwijl de belastingbetaler er per jaar ook nog eens vele miljarden beter van wordt.
Een Europees leger onder Europees bevel wordt het niet, zo houdt buitenlandchef Federica ogherini
vol, maar de ontwikkeling van materieel (zoals een gevechtsvliegtuig) en nieuwe wapensystemen, het aankoopbeleid en zelfs operaties worden straks wel gemeenschappelijk.
Dat is goedkoper en efficiënter.
De vrees voor verlies van nationale autonomie, verzwakking van de NAVO ofboze Amerikaanse reacties hielden de 'Permanente gestructureerde samenwerking' (of Pesco in de Engelse afkorting) lange tijd op.
Commissievoorzitter Iuncker viste het plan bij zijn aantreden eind 2014 weer op.
 
Deze zomer zetten kanselier Merkel en president Macron er de schouders.onder.
Met hun handtekening binden de ministers Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken) en Ank Bijleveld (Defensie)  ons land wel aan de besteding van minstens 20 procent van het defensiebudget aan investeringen.
Ook moet een jaarlijks defensieplan worden ingediend en moet Nederland meedoen, minimaal financieel, aan alle missies en operaties waartoe 'Pesco' besluit. Zo'n besluit moet wel unaniem zijn. Dat waarborgt de Nederlandse zeggenschap over de inzet van onze militairen, aldus Zijlstra.

  

Mijn Marine van de jaren zestig!

Door Arthur Gomes 

Vrouwen, mannen en oud collega's.
Elke oud marineman is er van overtuigd dat er aan boord een samenhorigheid aanwezig was!
Dit heeft te maken met de geest van de schepen uit die tijd!
In die tijd waren er schepen waar je duidelijk aan kon zien dat die gebouwd waren om de eventuele vijand een poepje te laten ruiken!
In mijn tijd was dat heel duidelijk Rusland of beter gezegd de Sovjet Unie.
Dat betekende dat wij met Smaldeel 5 de noordelijke wateren moesten beschermen bij een eventuele escalatie! Onze oorlogshaven was dan ook een baai in Schotland met de naam Log Uwe!
In die tijd had Nederland een voor zo'n klein land een groot aantal schepen!
De onderzeebootjagers die als slanke zwanen het water doorkliefden!
Hun silhouet werd gedomineerd door de lopen van het geschut!
De Amerikaanse fregatten die als vreemde eendjes aanwezig waren met hun eigenwijze manier van varen!
De kruisers waren majestueuze giganten met hen dreigende bewapening. Indrukwekkend en prachtig om deze te zien varen!
Vreemd voor mij waren de onderzeeboten, die met hun zwarte rompen aan de kade lagen!
Vanaf de Doorman heb ik eens een van hen boven water zien komen bij een oefening!
Vol trots liet hij zien dat zijn missie geslaagd was. Ik dacht toen nog , als dit de vijand was geweest waren wij de klos!
Dan onze trots! Het kolos van de onze marine! Ons vliegdekschip Hr. Ms. Karel Doorman!
Varende met smaldeel 5 op de Doorman had je een prachtig zicht op zee rondom.
De begeleidende jagers die met een beetje zee door het water sneden en een witte schuimlaag achter lieten!
Als het slecht weer was dan kon ik het niet nalaten om te kijken naar dit natuurgeweld!
Dan voelde je hoe klein je was! Dan moest je wel aan God geloven!
Dan wist je ook dat het schip je houvast was op deze wereld!
Dat schip dat leefde en de bemanning voelde de geest van het schip!
Het kloppend hart waren de machines die het schip veilig liet varen.
Ieder schip had zijn eigen ritme en dat ritme gaf een veilig gevoel!
Dus was het jouw thuis!
Een ieder aan boord nam daardoor zijn taak ook heel serieus met het besef dat die veiligheid in hun handen lag!
De stokers in de machinekamer die uren met een hand aan een afsluiter, turend naar de meters die aangaven dat alles in orde was!
De mannen aan het roer die probeerden zo recht mogelijk de aangegeven koers te varen!
De gehele bemanning had zo zijn taak om dat schip veilig door dit natuurgeweld heen te loodsen.
Van daar dit gevoel van samenhorigheid!

 
 
 
 
Het Korps Mariniers heeft de beste vrouwen nodig, niet zoveel mogelijk
 
EVENBELENDEN HAAG Kunnen vrouwen in de toekomst marinier worden?
Minister Ieanine Hennis van Defensie gaat dat uitzoeken.
Door HANNEKE KEULTJES uit (dbld.v/h Nrdn03112015)
 
Het  Korps Mariniers is het enige krijgsmachtonderdeel dat alleen bestaat uit mannen.
Bij het Korps Commandotroepen, een vergelijkbare elite-eenheid, kunnen vrouwen al sinds 2013 solliciteren.
Desondanks is nog geen enkele vrouw er in geslaagd de zware training te voltooien.
Ook op onderzeeërs worden geen vrouwen toegelaten; ook dit gaat in de toekomst gebeuren.
 
"Als we het Korps Mariniers openstellen voor vrouwen, betekent dat nog niet dat er ook vrouwen gaan werken", zo waarschuwde Hennis de Tweede Kamer gisteren.
De hoge eisen die gesteld worden, blijven gelijk, de verwachting is dat die ook bij de mariniers door geen enkele vrouw gehaald kunnen worden.
 
Tweede-Kamerlid Fred Teeven is voorstander van gelijke kansen voor vrouwen, "Maar we moeten wel de beste op pad sturen, niet zoveel mogelijk vrouwen."  
In 2000 concludeerde de Commissie Gelijke Behandeling dat de argumenten voor het weigeren van vrouwen bij de mariniers terecht waren. Lichaamskracht en uithoudingsvermogen werden toen genoemd als redenen.
 
In de Verenigde Staten en Groot Brittannië zijn vrouwen wel welkom bij een aantal elite-eenheden.  
Zo mogen Amerikaanse vrouwen sinds april de maandenlange en loodzware Ranger-training volgen. Drie deelnemers hebben die tot nu toe ook volbracht.
Hennis gaat kijken naar de ervaringen in het buitenland en komt in mei 2016 met haar bevindingen

 
Defensie geeft mogelijkheid persoonsdossier te raadplegen.
Persoonsarchief
Defensie heeft dossiers van militairen en burgers die niet meer in actieve dienst zijn. Dit betreft een groot deel van de bevolking van Nederland over de afgelopen 80 jaar. Wil u uw eigen gegevens inzien, of die van een ander? Dat kan. Er gelden wel regels voor.
 
  •  
Waarvoor kunt u het personeelsdossier raadplegen?
De personeelsdossiers kunt u nodig hebben voor informatie over uw rechtspositie of uw pensioen. Of om informatie over familieleden te vinden in de stamboekgegevens.
Met de informatie uit de dossiers kunt u:
  • uw tijd in actieve dienst berekenen voor uw pensioen;
  • bewijs vinden voor het vervullen van de dienstplicht;
  • bewijs vinden van buitenlandplaatsing voor AOW/Sociale VerzekeringsBank (SVB);
  • uw ambtsjubileum vaststellen aan de hand van uw diensttijd;
  • een diensttijdverklaring aanvragen voor uw nieuwe werkgever.
Regels voor verstrekken gegevens
Er gelden regels voor het verstrekken van persoonsgegevens. Deze staan in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
 
Gegevens uit uw eigen persoonsdossier
Wilt u informatie uit uw eigen persoonsdossier opvragen? Dat doet u als volgt:
 
Gegevens uit persoonsdossier van een ander
Wilt u gegevens uit het persoonsdossier van een ander opvragen? Dat doet u als volgt:
  • gebruik het formulier Verzoek gegevensverstrekking uit persoonsdossier;
  • zorg dat de betreffende persoon in het formulier aangeeft geen bezwaar te hebben;
  • als deze persoon is overleden, moet u een uittreksel uit het overlijdensregister meesturen (ook wel akte van overlijden genoemd);
  • geef aan wat uw relatie is tot degene van wie u gegevens wilt;
  • onderteken uw verzoek;
  • stuur een kopie van uw legitimatiebewijs mee met uw verzoek.
Genealogisch onderzoek Koninklijke Marine
 
Bent u op zoek naar informatie over uw voorouders die (mogelijk) bij de marine hebben gediend? Wat u kunt vinden en waar u dit kunt vinden hangt vooral af van de geboortedatum van de militair.
 
 
 
Marinepersoneel geboren voor 1850
 
Veel archiefmateriaal over varend marinepersoneel geboren voor 1850 is verloren gegaan. U kunt mogelijk nog informatie over dit onderwerp vinden bij:
 
de archieven in voormalige admiraliteitssteden:
 
  • - het Stadsarchief Amsterdam;
    - het Gemeentearchief Rotterdam;
    - het Westfries Archief te Hoorn;
    - het Zeeuws Archief te Middelburg;
    Tresoar te Leeuwarden;
  • het Nationaal Archief;
  • het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag;
  • National Archives, Kew, Groot-Brittannië.
 
 Marinepersoneel geboren tussen ca. 1850 en 1908
 
 Bent u op zoek naar informatie over een voorouder die beroepsmatig (dus niet dienstplichtig) bij de marine diende? En is diegene geboren tussen ongeveer 1850 en 1908? In de lijst van persoonsdossiers ziet u of er een dossier van die persoon bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) aanwezig is. U heeft daarvoor de juiste geboortedatum nodig. Als er een persoonsdossier aanwezig is bij het NIMH, kunt u dit dossier in onze studiezaal inzien.
 
De inhoud van dossiers kan sterk verschillen: in sommige zit niet meer dan een kaartje met de naam en de rang van de militair. In andere dossiers zitten soms dikke bundels documenten en papieren waarin zich een heel leven ontvouwt.
 
 Marinepersoneel geboren na 1908
 
Zoekt u informatie over marinepersoneel geboren na 1908? Voor staten van dienst van personeel van de Koninklijke Marine geboren na 1908 kunt u terecht bij:
 
Ministerie van Defensie 
Afdeling Semi-Statische Archiefdiensten (SSA) 
Postbus 7000 
6460 NC Kerkrade
 
 
 
U kunt het SSA alleen schriftelijk benaderen.
 
U heeft de geboortedatum en volledige (doop)naam van de gezochte persoon nodig. U moet ook een kopie van uw identiteitsbewijs meesturen.
 

 
 Van Speyk. – De tiendaagsche veldtocht.
(Uit de geschiedenis des Vaderlands.)
Nog eenmaal beproefde de Prins van Oranje door middel van een proclamatie, waarin hij zich aan het hoofd de beweging stelde en de onafhankelijkheid van Belgie erkende, de oproerlingen tot onderwerping te brengen; zelfs liet hij de gevangenen zonder uitwisseling vrij.
Maar deze stap bleef zonder uitwerking op de Belgen en maakte de verontwaardiging der getrouw gebleven Noord Nederlanders gaande.
Intuschen hadden de Hollandsche troepen Mechelen verlaten en de vijand, hierdoor aangemoedigd besloot Antwerpen te vermeesteren.
Dit kon niet geschieden zolang de brug bij Waelheim over de Nethe nog in onze handen was.
Verscheiden malen werd de vijand voor deze stelling aangewezen, bij die aanvallen sneuvelde de Graaf van Marade, een der hoofdaanleggers van den opstand. Spoedig daarna trokken al de Hollansche troepen over Antwerpen naar Noord Brabant, de weinige soldaten, in die stad achtergebleven, waren niet in staat het oproerige gemeen te beteugelen; het gelukte de muiters te poorten te vermeesteren en de Brusselsche oproermakers binnen te laten. In hun
overmoed eischten zij het kasteel op en de oorlogsschepen, die voor de stad lagen.
Generaal Ghassé bevelhebber der Citadel weigerde natuurlijk hieraan te voldoen en dreigde de stad te beschietten, zoo men de weinigen soldaten die zich daarin bevonden. niet ongemoeid liet aftrekken waarop een wapenstilstand gesloten werd, toen de muiters echter deze overeenkomst verbraken, uit de huizen op de aftrekkende soldaten schoten en kolonel Eymael van de zevende afdeling infanterie door een kogel doodelijk getroffen werd, gaf Chasé eindelijk gehoor aan de dringende voorstellen dergenen, die hem omringden, en begon het geschut der Citadel op de stad te spelen de Scheepmacht op de Schelde was hem hierin reeds voorgegaan; nadat de muiters, de kanonneerboot van den luitenant Jan Carel Josephus van Speyk van zeil en tuig beroofd hebbende, met grof geschut waren afgewezen. In één ogenblik tijds was de gansche kade leeg gevaagd; alom verspreide zich schrik en verwarring.
Bommen, granaten en brandkogels doorkruisten de lucht; op verscheiden plaatsen ontstond er brand.
Vier uren lang werd Antwerpen gebombardeerd, 250 huizen platgeschoten en meer dan 400 min of meer beschadigd men zegt, dat telkens, wanneer de Nederlansche vaan op het kasteel en de vlaggen op de shepen uit de kruit wolken te voorschijn kwamen, verlicht door den gloed der brandende gebouwen, op dat gezicht bij het Nederlansche oorlogsvolk een uitbarsting van geestdrift iswaargenomen.
Een gelijken indruk bracht de tijding der gewichtige gebeurtenis overal in Nederland teweeg, Het oproer had gezegevierd in België, maar op den eisch der overwinnaars, die hun gebied dreigden uit te breiden over de grensen van oud-Nederland, was antwoord gegeven door het bombardement van Antwerpen.
Het jaar 1830 verliep met langdurige beraadslagingen der Londensche Conferentie; doch in plaats van den Koning met raad en daad bij te staan, erkende zij het nieuwe bestuur van België en bepaalde dat de noordelijke van de zuidelijke Provinciën moesten gescheiden worden, Koning Willem stemde er in toe, te meer omdat een scheiding algemeen door de Noord-Nederlanders gewenscht werd.
De Belgen verklaarden het stamhuis van Oranje voor altyd vervallen van de heerschappij ende Conferentie sloeg een schikking voor, waarbij Holland teruggebracht werd binnen de grenzen, die de Republiek vóór 1791 bezat.
Inmiddels verlangden de Belgen een Koning en benoemden voorloopig tot Regent den heer Surlet, de Chokier, een voormalig lid der Tweede Kamer.
Er kwam een wapenstilstand tot stand, tengevolge waarvan het aan onze troepen niet vergund werd de stad Venlo, door het verraad van den Generaal Daine in de handen der muiters gevallen, te heroveren.
Al de vernederingen, door onze krijgslieden in den laatsten tijd verduurd, hadden niets dan moedeloosheid en neerslachtigheid teweeggebracht, en zelfs in het buitenland werd de dapperheid der Belgen hemelhoog geprezen en de zoogenaamde lafheid der Hollanders gelaakt en veracht.
Aan deze moedeloosheid en onjuiste beoordeling van de zonen eener natie, die steeds te land en ter zee zooveel dappere mannen heeft kunnen aanwijzen, maakte de bovengenoemde luitenant Jan Carel Josephus van Speyk een einde door zijnmoedige selfopoffering, die ik u thans in korte woorden zal trachten te schetsen.
Toen de winter voorbijgegaan en de Schelde van drijfijs bevrijd was, gaf kommandant Koopman last, dat ieder vaartuig zich weer op zijn post zou begeven.
Dien ten gevolge zette Van Speyk met zijn kanonneerboot N°. 2 koers naar Oosterweel, een .dorp dicht bij de stad, een hevige windvlaag zweepte het vaartuig naar den wal van Antwerpen.
Op dit gezicht springt dadelijk een bende gewapende Bel­gen bij hem aan boord, terwijl een nog groter aan­tal op de kaai zich verza­melt en de geweren laadt.
Twee Belgische officieren eischen van den jeugdigen held dat hij zich overgeve en zijn papieren toone.
Vastberaden - want aan tegenstand valt niet te denken - antwoordt Van Speyk: “Ik zal ze gaan halen” intusschen rukken de Belgen, zich reeds van de overwinning zeker wanende, de Hollandsche vlag omlaag, maar eer nog die vlag zoo langen tijd bewaard, door de opgewonden menigte vertrapt en bespot wordt, neemt de onvergetelijke held een geladen geweer, schiet het af in 't kruit en vliegt met vriend en vijand in de lucht dit (5 febr. 1831).
Veertien man van zijn scheepsvolk schoten er het leven bij in, behalve een grote menigte Belgen, wier getal niet juist kan bepaald worden.
Vijf anderen ontkwamen den dood, waaronder ook de scheepsjongen Wijler, die zijn bevel­hebber op de trap ontmoetende, hem met bevende lippen vroeg: Komandant, “gaat u het vuur in het kruit steken?" en slechts ten antwoord kreeg: “Jongen, berg je!” Zóó stierf Van Speyk,. die, gelijk de kapitein ter zee Koopman het uitdrukte, door deze nauwgezette plichtsvervulling het zegel drukte op het ridderkruis, hem een jaar te voren door den Koning vereerd.
Zijn heldendood deed den moed en het zelfvertrouwen bij leger en vloot herleven, en al wat strijdbaar was van de begeerte ontgloeien, den dood des helds te wreken.
Bij koninklijk besluit werd bepaald, dat voortaan steeds in ‘s lands zeemacht een oorlogsschip den naam Van Speyk zou voeren; terwijl te Amsterdam, zijn geboorteplaats, in de Nieuwe Kerk een grafteeken voor hem werd opgericht.
Voorts ontving de sedert gebouwde vuurtoren, te Egmond aan Zee, den naam diens moedigen jongelings. Met een der tallooze dichters, die Van Speyks heldendood bezongen, roepen wij uit:
 
„Vaderland, pleng vreugdetranen
Bij 't aanschouwen van uw held!
SPEYK heeft smaad en hoon Gewroken!
Dondrend heeft hij straks gesproken
En uw Eer op 't schoonst hersteld."