Artikelindex

ONS WERK EN DE K XVIII
Zo omstreeks half Januari kwamen de brieven binnen van de opvarenden van Hr. Ms. K XVIII, welke allen zeer Ingeno­men waren met de zendingen van ,,Onze ‘Marine”. Hoewel wij nog uitvoerige rap­porten wachtende zijn kunnen wij toch reeds iets publiceren, waaruit zo duidelijk de prettige en dankbare stemming blijkt, betreffende de zendingen van ,,Onze Marine”.
 
De commandant rapporteerde aan de pers:
Bij aankomst In Dakar werden wij verrast door zeven kisten welke aan ons waren ver­zonden ten behoeve van het In Holland door ,.Onze Marine gevormde comité. De Fam. van Vollenhove had er een kist met halve flesjes bier bijgevoegd, die hier in de warmte hun weg wel vinden. De wacht krijgt, zolang de voorraad strekt een flesje Één der andere kis­ten bevatte een mooie verzameling van Kerst. boomversierselen, die wij helaas niet meer ge­bruiken konden, maar die naar Indië zal wor­den doorgezonden. De overige kisten waren ge­vuld met leesboeken, sigaren, sigaretten, shag, v1oeipapier. Tabak, pijpen benevens Kerstkrans. Het behoeft niet nader vermeld te worden hoe alles door de opvarenden op prijs wordt gesteld, waarvan niet alleen de goede gaven op zichzelve oorzaak zijn. maar vooral ook het feit. dat er landgenoten in Holland zijn. die zich zoveel moeite getroosten om ons deze verrassing te bereiden.
De Eerste Officier publiceerde:
Behalve de, ons bekende kisten, zagen we tot onze grote verrassing ettelijke kisten van het. Coimité Onze Marine. We wisten wel, dat er iets gaande was, maar dat. het zo zou worden hadden we niet verwacht. Van alles kwam er uit, sigaren. sigaretten, tabak. bier. boeken, Kerstkransen, kerstversiering, het is te veel om op te noemen. Het is jammer, dat de gulle ge­vers en geefsters en de Comité-leden niet de gezichten hebben kunnen zien, toen de kisten uitgepakt werden, het is op de film vastgelegd en misschien ziet u dit moment later nog eens in de bioscoop.
We zijn heel dankbaar voor al dit meeleven en deze belangstelling van onze landgenoten en het wordt door ons als een aanmoediging opgevat om temeer alles in te spannen deze tocht tot een goed einde te brengen.
De Korpl. Kok a.b. van de K XVI schreef ons:
Als één der opvarenden van Hr. Ms. K 18 is het mij een aangename taak. Mijn dankbaarheid te uiten aan het Nederlandse volk en uw vereniging in het bijzonder, voor het medeleven, betoond in onze grootse tocht.
Als onderdeel van onze Koninkijke marine rust op ons de roemvolle taak de eer van ons volk en van onze oude driekleur hoog te houden. Het is zeer terecht wat v. H. in het December nummer van ,,Onze Marine” in zijn artikel ,,Zouden wij achterblijven” schreef, ,,deze man verstaat de kunst der reclame niet’. Wij beschouwen het als onze plicht, te volvoeren wat ons wordt. Opgedragen, moeilijkheden zijn er om overwonnen te worden. Daarom doet het ons dubbel goed, te weten dat het gehele nederlandse volk met ons meeleeft, wat ook voor het overgrote deel te danken is aan het inittiatief van de vereniging ,,Onze Marine”. Het is voor ons een aansporing te meer ons uiterste best te doen om met God’s hulp deze reis tot een goed einde te brengen, tot eer van onze Natie en onze Koninklijke Marine. Weest u Heren van het Comité overtuigd van ons oprechte dankbaarheid.