Woord vooraf

 

Evenals in de papieren “Beste Vaer” vind u op deze site ook een Sociale Hoek.

Wij zullen u op deze pagina met regelmaat u op de hoogte brengen van onderwerpen waarvan wij denken dat deze voor u van belang kunnen zijn.

Zo behandelen wij o.a. regelingen pensioenen, sociale nazorg militairen, belasting perikelen en andere onderwerpen.

Mochten er bij brandende vragen rusten die te maken hebben met uw marine verleden bent u van harte uitgenodigd deze te stellen, dit kan via het mail adres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

CAO Akkoord Overheid met Vakorganisaties.
(bron defenciekrant Juli 2015)
 
5% loonstijging
Militair- en burgerpersoneel van Defensie, politieagenten, onderwijzers, medewerkers van de rechterlijke macht en rijksambtenaren krijgen over 2015 en 2016 een loonstijging van 5,05%. Dit zijn de overheidswerkgevers en 3 vakcentrales 10 juli overeengekomen.
De overeenkomst maakt het mogelijk om op korte termijn de gemaakte afspraken vast te leggen in nieuwe cao's.
 
Akkoord
De afgelopen weken zaten overheidswerkgevers en vakcentrales met elkaar om tafel om de vastgelopen cao-onderhandelingen bij Politie en Rijk vlot te trekken.
Dat leidde tot de overeenkomst tussen de overheidswerkgevers en de vakcentrales CNV, CMHF en het Ambtenarencentrum.
Hierdoor kan in totaal een loonstijging van 5,05% plaatsvinden over 2015 en 2016 ten opzichte van de salarisschalen 2014. Per januari 2015 heeft een aantal sectoren, waaronder Defensie, al een loonstijging gekregen van 0,8%, die anderen later dit jaar zullen ontvangen.
In september van dit jaar ontvangen zij daarbovenop een loonstijging van 1,25% en een eenmalige uitkering van 500 euro; per 1 januari 2016 stijgt hun loon nogmaals met 3%.
 
 

Redders bij geldnood

(Bron Alle Hens mei2015)
We dekken elkaars rug
Geldnood door een scheiding, een dubbele hypotheek of een gat in de hand? Financiële problemen kunnen de beste overkomen. Bij (oud-) marinepersoneel of hun nabestaanden wil de Stichting Sociaal Fonds Koninklijke Marine (SSFKM) nog wel eens in de bres springen. Voorzitter kapitein ter zee Rob Hunnego vertelt waarom.
 
KTZ (LD) Rob Hunnego is sinds 1998 bij het SSFKM betrokken en sinds 2 jaar voorzitter. Zijn drijfveer: “Zorgen dat marinemensen, collega’s, zonder geldnood kunnen leven en werken.”De marine zorgt al sinds jaar en dag voor haar minder fortuinlijk personeel. Zo werd in 1923 het Marine-Rampenfonds opgericht (later opgegaan in de SSFKM). Koning Willem III richtte eind 19e eeuw het Fonds voor Oude en Gebrekkige Zeelieden op. Uit de renteopbrengsten van dit fonds geeft het SSFKM jaarlijks een kerstgratificatie aan wie hiervoor in aanmerking komt.
Wat maakt dit fonds bijzonder?
De SSFKM is er niet alleen voor (oud-)marinepersoneel, maar ook voor hun nabestaanden. Vanuit ons vermogen kunnen we renteloze leningen verstrekken aan wie dat nodig heeft. Die leningen moeten dan in principe binnen 3, soms 5 jaar worden terugbetaald. Meestal gebeurt dat ook. We zijn overigens niet het enige fonds dat dit soort werk doet. Bij de marine kennen we bijvoorbeeld ook het Karel Doorman Fonds en de Stichting MSF, het voormalig Marine Sanatorium Fonds. Met beide werken we nauw samen. 
Hoe kom je voor hulp in aanmerking?
Je klopt aan bij het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk Defensie. Zij verwijzen dan eventueel het dossier naar ons door. Wij (het bestuur, red.) beoordelen dat dan. Met iemand die door de gedwongen verkoop van een huis een restschuld heeft, maken we vervolgens andere afspraken dan met iemand die structureel teveel uitgeeft. In het laatste geval is een budgetcoach nodig. Die helpt inzicht te krijgen in het uitgavenpatroon. Soms heeft iemand dermate grote problemen dat wij niet meer kunnen helpen. In zo’n ernstig geval biedt bijvoorbeeld de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen meer perspectief. 
Waarom doen jullie dit werk?
We dekken elkaars rug. Als marine willen we er voor zorgen dat (oud-) personeel en hun nabestaanden niet langdurig in geldnood blijven zitten. Dat is een stukje solidariteit. Tegelijkertijd willen we ook niet dat mensen door stress (over geld, red.) hun werk niet goed meer kunnen doen of door hun schulden chantabel worden.  
Kloppen er veel mensen bij jullie aan?
Gelukkig niet. Momenteel helpen we er ongeveer 10 met een schuld, variërend van enkele duizenden tot tienduizenden euro’s. Het gemiddeld aantal cliënten is sinds de oprichting van de SSFKM in 1971 redelijk stabiel. Wel zien we dat de hoogte van de gemiddelde schuld toeneemt. Dat is zorgwekkend.  
Wat is het grootste probleem?
De reden dat mensen schulden hebben, verschilt. Soms is het botte pech of het gevolg van minder handig gedrag. Zo zien we dat mensen boven hun stand leven. Ze rekenen bijvoorbeeld op oefen- of vaartoelages. Als die wegvallen, is het basissalaris opeens erg laag. Vaak trekken mensen té laat aan de bel. Schaamte en angst om de baan te verliezen of carrièreschade op te lopen overheersen. Dat terwijl dossiers via de BMW’er of ons toch echt vertrouwelijk zijn én blijven.
Tot eind jaren ‘70 was de SSFKM gehuisvest in het voormalig Ministerie van Marine aan de Lange Voorhout in Den Haag.
Tegenwoordig is de stichting zelfstandig, al is de nauwe band met de marine blijven bestaan.
Zo zijn 5 van 8 (vrijwillige) Bestuursleden actief dienende marinemensen.
De door de SSFKM geboden financiële steun wordt gefinancierd uit de opbrengsten van eigen vermogen.
 
Laten lopen of aan de bel trekken?
(Bron Alle Hens mei2015)

TekstKAPT Klaas Daane Bolier

 

Training morele oordeelsvorming voor P&O-adviseurs

Stel: De commandant wil graag een bekende collega binnen zijn eenheid op een vacature plaatsen. Een probleem, de man voldoet eigenlijk niet aan de eisen die in de functiebeschrijving staan. Hij vraagt zijn P&O (Personeel & Organisatie)-adviseur de vacaturepublicatie naar deze collega aan te passen. Wat doe je? Ziedaar, een moreel dilemma is geboren. Om P&O’ers hiermee beter te leren omgaan, gaat iedere adviseur de Training Morele Oordeelsvorming (TMO) volgen. 

Om betrokkenheid te creëren voor de TMO, kregen alle hoofden P&O in januari alvast een presentatie over de training. Maar achterover hangen en domweg luisteren was er niet bij op de Kromhoutkazerne. Ook de hoofden P&O werd gevraagd hun dilemma’s op tafel te gooien. Daaruit bleek dat het aantal morele dilemma’s waar P&O’ers tegenaan lopen, behoorlijk divers is;

  • Iemand krijgt vier maanden voor zijn Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) geen Verklaring Geen Bezwaar (VGB) meer verstrekt vanwege een vergrijp dat hij gepleegd heeft in de burgermaatschappij. Oneervol ontslaan of toch met FLO laten gaan?;
  • Een medewerker in het ‘Van werk-naar-werk’-traject vraagt een studie aan die meer kost dan waar hij recht op heeft. De studie vergroot echter wel zijn kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk. Laat je hem studeren of volg je de regels?
  • Iemand gaat het Management Development (MD)-traject in, omdat het hem gegund wordt. Niet omdat hij aan de regels voldoet. Zeg je daar wat van of niet?

Tijdens de TMO ‘pellen’ de adviseurs met elkaar de morele dilemma’s af

Afpellen

“De P&O-adviseur bevindt zich soms in een kwetsbare positie,” vertelt Ankje Hovinga. Zij werkt bij de DPOD (Divisie Personeel en Organisatie Defensie) en leidt samen met Miriam de Graaff van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) het project ‘Verankering integriteit binnen het P&O-domein’. “Dilemma’s kunnen ontstaan doordat P&O’ers niet altijd onder de leidinggevende vallen die ze adviseren, maar daar wel een directe relatie mee hebben”, vervolgt ze. “Daarnaast hebben zij toegang tot alle personeelssystemen en moeten daar zorgvuldig mee omgaan. Deze systemen mogen niet oneigenlijk gebruikt worden. Ook niet op verzoek van een commandant of collega.”

Tijdens de TMO gaan de adviseurs dan ook met elkaar de morele dilemma’s ‘afpellen’. Verschillende vragen komen daarbij aan de orde. Een belangrijke is bijvoorbeeld: van wie is het dilemma eigenlijk? In veel gevallen ligt de uiteindelijke beslissing bij de leidinggevende en adviseert de P&O’er slechts. Welke wegen bewandel je? En wat zijn de consequenties? 

"De P&O-adviseur bevindt zich soms in een kwetsbare positie"

 

Negatieve besluiten

Behalve dat hij adviseert, heeft de P&O’er een uitvoerende rol in veel personeelszaken. Dus na het advies houdt zijn taak niet op. Zo bleek tijdens de presentatie dat adviseurs, vooral in het functietoewijzingsproces, nogal eens te maken krijgen met zaken die niet helemaal volgens de regels verlopen. Bijvoorbeeld een commandant die buiten de procedure om al de toezegging heeft gedaan aan een kandidaat dat hij de baan krijgt. Op zo’n moment heeft de adviseur een actieve rol in het proces. Laat hij het dan lopen of trekt hij aan de bel? Kiest hij voor de laatste optie: in hoeverre is de relatie met de leidinggevende dan verstoord? Ook moeten adviseurs soms negatieve besluiten adviseren over mensen die ze later in hun loopbaan weer tegen gaan komen. 

 

Gevoelskwesties

Hovinga: “Morele dilemma’s spelen zich af in een grijs gebied waar de regelgeving onvoldoende houvast biedt. Vaak zijn het gevoelskwesties. Tijdens de Training Morele Oordeelsvorming gaan collega’s met elkaar aan de slag met integriteit en maken samen afwegingen. Het doel is dat besluiten en adviezen aan de commandant meer weloverwogen tot stand komen. Belangrijk leerdoel is dan dat je heel duidelijk onder woorden kunt brengen hóe je tot het oordeel gekomen bent. En op welke wijze je recht doet aan alle betrokkenen, welke keuze je ook maakt. Dan kun je je oordeel goed verdedigen tegen iedere belanghebbende. Uiteindelijk draagt dit bij aan de verdere professionalisering van de P&O’er.”

Iedere P&O functionaris en loopbaanbegeleider doorloopt de 1-daagse TMO verplicht. Die van januari is het startpunt. Om het thema onder de aandacht te houden, wonen de functionarissen jaarlijks 3 keer een Moreel Leeroverleg bij. Daarin bespreken de P&O’ ers nieuwe morele dilemma’s en andere zaken over integriteit.

Een extern bureau verzorgt in eerste aanleg de TMO en het Morele Leeroverleg. Dit bureau, Governance and Integrity, heeft ook een ‘train the trainer’-programma opgezet, zodat eigen P&O-personeel de sessie op den duur zélf kan geven.

Behalve dat Defensie zijn P&O-functionarissen verder professionaliseert, biedt de TMO een unieke gelegenheid om het aantal en de soorten dilemma’s waarmee het personeel te maken krijgt, te inventariseren. Aan de hand van die gegevens wil de projectorganisatie in de toekomst een ‘manifest’ over morele dilemma’s uitbrengen.