3.Doelstelling van het onderzoek was: het schatten van de blootstelling aan benzeen en vluchtige organische stoffen (VOS) door het gebruik van PX-10 en het schatten vanmogelijke gezondheidsrisico’s door gebruik van PX-10 in het verleden. De nadruk lag daarbij op de relatie tussen benzeen en bepaalde kankervormen, met name leukemie                   
4.De gevolgde werkwijze is conform de stand van wetenschappelijke kennis. Gebruikte benaderingen en gegevens zijn in overeenstemming met die van internationaal gezaghebbende organisaties, zoals de International Agency for Research on Cancer (IARC een onderdeel van de Verenigde Naties’ Wereld Gezondheid Organisatie), de Nederlandse Gezondheidsraad en hetAmerikaanse National Institute for Occupational Safetyand Health (NIOSH) en het Environmental ProtectionAgency (US-EPA)    
5.Het gebruik van PX-10 in het verleden is niet goed bekend; Om het gebruik en de blootstelling zo goed mogelijk te reconstrueren zijn gesprekken gevoerd met (ex)medewerkers van Defensie die gewerkt hebben met PX-10, zowel militair als burgerpersoneel.                                                                                                      
 
6.Omdat het benzeengehalte vooral in het verleden hoog was, konden in het onderzoek geen praktijk metingen meer uitgevoerd worden. Daarom zijn bij het IOM een serie experimenten uitgevoerd.                                                              
7.Omdat praktijk metingen niet meer mogelijk waren is de blootstelling en daaruit voortkomende risico op leukemie gemodelleerd op basis van een aantal aannamen die uitvoerig in het rapport beschreven zijn.                                        
8.De aannamen zijn gebaseerd op gesprekken met de ex-gebruikers van PX-10 (volume van de ruimte waarin gewerkt werd, ventilatie van die ruimte, werkduur, en werkomstandigheden, gebruik en verversing van PX-10,etcetera), op de wetenschappelijke literatuur en op deresultaten van de uitgevoerde experimenten.                                                              
9.Er zijn zgn. gevoeligheidsanalyses uitgevoerd om te kijken of andere aannames tot andere conclusies zouden leiden.Dit bleek niet het  geval.                                                   
10.Benzeen wordt gezien als een genotoxische-kankerverwekkende stof waarvoor geen erkende veilige ondergrens aan te geven is waar beneden geen risico’s optreden. De hoogte van de risico’s hangt af van de duur en de hoogte van de blootstelling; een langdurig hoge blootstelling geeft een hoger risico dan kortdurende lage blootstelling.                         
11.Bij de wetenschappelijke beoordeling van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen in de arbeidssituatie wordt van lange termijn blootstelling uitgegaan; de norm voor benzeen in arbeidsomstandigheden (1 ppm) is daarop geënt. Uit het onderzoek blijkt dat deze norm niet overschreden is.                                                
12.Er zijn geen korte-termijn grenswaarden voor de arbeidssituatie die specifiek gericht zijn op beperking van de kankerrisico’s door pieken in benzeenblootstelling
13.De gangbare rekenwijze voor het schatten van het kankerrisico voor benzeen zijn geënt op lange termijn blootstelling; er zijn geen modellen voor beroepsblootstelling die uitgaan van piekblootstelling.                                                             
14.De gebruikte relaties voor het risico van benzeen komen uitwetenschappelijke onderzoeken in arbeidssituaties waarbij ook piekblootstellingen optraden; het risico dat samenhangt met dergelijke piekblootstellingen is dus al in de gebruikte relaties verwerkt.                                                                                                                                                                 
15.Uit de risico analyse komt naar voren dat onder defensiepersoneel dat vele jaren dagelijks intensief met PX-10 werkte, er volgens de berekeningen sprake is van 0,03 extra gevallen per 1.000 mannen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat er daadwerkelijk extra gevallen vanleukemie zijn opgetreden, zelfs als een paar duizend werknemers langdurig in hoge mate zijn blootgesteld aan PX-10.
 
Ongeruste militairen en oud-militairen kunnen zich melden via Claimzorg.
Wees terughoudend met het verstrekken van persoonsgegevens.
Het komt wel eens voor dat aan database houdende verenigingen of andere belangen organisaties het verzoek wordt gedaan om hun leden bestand ter hand te stellen.
Vooral indien een bepaalde vereniging bij een overkoepelende organisatie aansluiting zoekt wordt er wel eens een dergelijke voorwaarde tot toelating gesteld.
Dit is in het kader van de wet privacybescherming, zonder schriftelijke toestemming van betrokken personen, niet zomaar toegestaan, er kan in dergelijke gevallen worden volstaan met een opgave van aantal leden.
Eventueel kunnen naast deze aantallen de gevraagde bijzonderheden worden vermeldt.
 
De Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP)
In 2000 werd de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) aangenomen als gevolg van Europese privacy- richtlijn. Deze wet is de opvolger van de oudere Wet Persoonsregistratie (WPR).
De WBP bevat regels voor de "geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede de niet geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen."
Wat zijn persoonsgegevens.
Persoonsgegevens zijn alle gegevens waarmee een bepaald individu geïdentificeerd kan worden.
Het bekendste voorbeeld zijn naam- en adresgegevens, e-mailadressen en bijvoorbeeld MSN-accounts worden gezien als persoonsgegevens.
Gegevens die een waardering over een bepaalde persoon inhouden, bijvoorbeeld iemands sociaal of arbeidsverleden, foto of zelfs het IQ kunnen persoonsgegevens zijn.
Verwerking van persoonsgegevens
Verwerking wil zeggen elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens.
De wet geeft als voorbeeld het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens.
De regels bij verwerking van persoonsgegevens
De betrokkene moet voor elke verwerking van persoonsgegevens zijn toestemming hebben gegeven. Ook heeft hij het recht de informatie die over hem is opgeslagen, te corrigeren of te laten verwijderen. Organisaties die persoonsgegevens verwerken, moeten uitleggen hoe zij dat doen.
 
Voorafgaande toestemming
Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt in overeenstemming met de regels van de WBP.
Dit houdt in dat de betreffende persoon zijn toestemming moet hebben gegeven voor de verwerking.
Het is altijd de taak van de organisatie die de gegevens verwerkt om de betreffende persoon hierover te informeren.
Ook mogen persoonsgegevens alleen worden verwerkt in overeenstemming met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.