Woord vooraf

 

Evenals in de papieren “Beste Vaer” vind u op deze site ook een Sociale Hoek.

Wij zullen u op deze pagina met regelmaat u op de hoogte brengen van onderwerpen waarvan wij denken dat deze voor u van belang kunnen zijn.

Zo behandelen wij o.a. regelingen pensioenen, sociale nazorg militairen, belasting perikelen en andere onderwerpen.

Mochten er bij brandende vragen rusten die te maken hebben met uw marine verleden bent u van harte uitgenodigd deze te stellen, dit kan via het mail adres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

CAO Akkoord Overheid met Vakorganisaties.
(bron defenciekrant Juli 2015)
 
5% loonstijging
Militair- en burgerpersoneel van Defensie, politieagenten, onderwijzers, medewerkers van de rechterlijke macht en rijksambtenaren krijgen over 2015 en 2016 een loonstijging van 5,05%. Dit zijn de overheidswerkgevers en 3 vakcentrales 10 juli overeengekomen.
De overeenkomst maakt het mogelijk om op korte termijn de gemaakte afspraken vast te leggen in nieuwe cao's.
 
Akkoord
De afgelopen weken zaten overheidswerkgevers en vakcentrales met elkaar om tafel om de vastgelopen cao-onderhandelingen bij Politie en Rijk vlot te trekken.
Dat leidde tot de overeenkomst tussen de overheidswerkgevers en de vakcentrales CNV, CMHF en het Ambtenarencentrum.
Hierdoor kan in totaal een loonstijging van 5,05% plaatsvinden over 2015 en 2016 ten opzichte van de salarisschalen 2014. Per januari 2015 heeft een aantal sectoren, waaronder Defensie, al een loonstijging gekregen van 0,8%, die anderen later dit jaar zullen ontvangen.
In september van dit jaar ontvangen zij daarbovenop een loonstijging van 1,25% en een eenmalige uitkering van 500 euro; per 1 januari 2016 stijgt hun loon nogmaals met 3%.
 
 

Redders bij geldnood

(Bron Alle Hens mei2015)
We dekken elkaars rug
Geldnood door een scheiding, een dubbele hypotheek of een gat in de hand? Financiële problemen kunnen de beste overkomen. Bij (oud-) marinepersoneel of hun nabestaanden wil de Stichting Sociaal Fonds Koninklijke Marine (SSFKM) nog wel eens in de bres springen. Voorzitter kapitein ter zee Rob Hunnego vertelt waarom.
 
KTZ (LD) Rob Hunnego is sinds 1998 bij het SSFKM betrokken en sinds 2 jaar voorzitter. Zijn drijfveer: “Zorgen dat marinemensen, collega’s, zonder geldnood kunnen leven en werken.”De marine zorgt al sinds jaar en dag voor haar minder fortuinlijk personeel. Zo werd in 1923 het Marine-Rampenfonds opgericht (later opgegaan in de SSFKM). Koning Willem III richtte eind 19e eeuw het Fonds voor Oude en Gebrekkige Zeelieden op. Uit de renteopbrengsten van dit fonds geeft het SSFKM jaarlijks een kerstgratificatie aan wie hiervoor in aanmerking komt.
Wat maakt dit fonds bijzonder?
De SSFKM is er niet alleen voor (oud-)marinepersoneel, maar ook voor hun nabestaanden. Vanuit ons vermogen kunnen we renteloze leningen verstrekken aan wie dat nodig heeft. Die leningen moeten dan in principe binnen 3, soms 5 jaar worden terugbetaald. Meestal gebeurt dat ook. We zijn overigens niet het enige fonds dat dit soort werk doet. Bij de marine kennen we bijvoorbeeld ook het Karel Doorman Fonds en de Stichting MSF, het voormalig Marine Sanatorium Fonds. Met beide werken we nauw samen. 
Hoe kom je voor hulp in aanmerking?
Je klopt aan bij het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk Defensie. Zij verwijzen dan eventueel het dossier naar ons door. Wij (het bestuur, red.) beoordelen dat dan. Met iemand die door de gedwongen verkoop van een huis een restschuld heeft, maken we vervolgens andere afspraken dan met iemand die structureel teveel uitgeeft. In het laatste geval is een budgetcoach nodig. Die helpt inzicht te krijgen in het uitgavenpatroon. Soms heeft iemand dermate grote problemen dat wij niet meer kunnen helpen. In zo’n ernstig geval biedt bijvoorbeeld de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen meer perspectief. 
Waarom doen jullie dit werk?
We dekken elkaars rug. Als marine willen we er voor zorgen dat (oud-) personeel en hun nabestaanden niet langdurig in geldnood blijven zitten. Dat is een stukje solidariteit. Tegelijkertijd willen we ook niet dat mensen door stress (over geld, red.) hun werk niet goed meer kunnen doen of door hun schulden chantabel worden.  
Kloppen er veel mensen bij jullie aan?
Gelukkig niet. Momenteel helpen we er ongeveer 10 met een schuld, variërend van enkele duizenden tot tienduizenden euro’s. Het gemiddeld aantal cliënten is sinds de oprichting van de SSFKM in 1971 redelijk stabiel. Wel zien we dat de hoogte van de gemiddelde schuld toeneemt. Dat is zorgwekkend.  
Wat is het grootste probleem?
De reden dat mensen schulden hebben, verschilt. Soms is het botte pech of het gevolg van minder handig gedrag. Zo zien we dat mensen boven hun stand leven. Ze rekenen bijvoorbeeld op oefen- of vaartoelages. Als die wegvallen, is het basissalaris opeens erg laag. Vaak trekken mensen té laat aan de bel. Schaamte en angst om de baan te verliezen of carrièreschade op te lopen overheersen. Dat terwijl dossiers via de BMW’er of ons toch echt vertrouwelijk zijn én blijven.
Tot eind jaren ‘70 was de SSFKM gehuisvest in het voormalig Ministerie van Marine aan de Lange Voorhout in Den Haag.
Tegenwoordig is de stichting zelfstandig, al is de nauwe band met de marine blijven bestaan.
Zo zijn 5 van 8 (vrijwillige) Bestuursleden actief dienende marinemensen.
De door de SSFKM geboden financiële steun wordt gefinancierd uit de opbrengsten van eigen vermogen.
 
Laten lopen of aan de bel trekken?
(Bron Alle Hens mei2015)

TekstKAPT Klaas Daane Bolier

 

Training morele oordeelsvorming voor P&O-adviseurs

Stel: De commandant wil graag een bekende collega binnen zijn eenheid op een vacature plaatsen. Een probleem, de man voldoet eigenlijk niet aan de eisen die in de functiebeschrijving staan. Hij vraagt zijn P&O (Personeel & Organisatie)-adviseur de vacaturepublicatie naar deze collega aan te passen. Wat doe je? Ziedaar, een moreel dilemma is geboren. Om P&O’ers hiermee beter te leren omgaan, gaat iedere adviseur de Training Morele Oordeelsvorming (TMO) volgen. 

Om betrokkenheid te creëren voor de TMO, kregen alle hoofden P&O in januari alvast een presentatie over de training. Maar achterover hangen en domweg luisteren was er niet bij op de Kromhoutkazerne. Ook de hoofden P&O werd gevraagd hun dilemma’s op tafel te gooien. Daaruit bleek dat het aantal morele dilemma’s waar P&O’ers tegenaan lopen, behoorlijk divers is;

  • Iemand krijgt vier maanden voor zijn Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) geen Verklaring Geen Bezwaar (VGB) meer verstrekt vanwege een vergrijp dat hij gepleegd heeft in de burgermaatschappij. Oneervol ontslaan of toch met FLO laten gaan?;
  • Een medewerker in het ‘Van werk-naar-werk’-traject vraagt een studie aan die meer kost dan waar hij recht op heeft. De studie vergroot echter wel zijn kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk. Laat je hem studeren of volg je de regels?
  • Iemand gaat het Management Development (MD)-traject in, omdat het hem gegund wordt. Niet omdat hij aan de regels voldoet. Zeg je daar wat van of niet?

Tijdens de TMO ‘pellen’ de adviseurs met elkaar de morele dilemma’s af

Afpellen

“De P&O-adviseur bevindt zich soms in een kwetsbare positie,” vertelt Ankje Hovinga. Zij werkt bij de DPOD (Divisie Personeel en Organisatie Defensie) en leidt samen met Miriam de Graaff van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) het project ‘Verankering integriteit binnen het P&O-domein’. “Dilemma’s kunnen ontstaan doordat P&O’ers niet altijd onder de leidinggevende vallen die ze adviseren, maar daar wel een directe relatie mee hebben”, vervolgt ze. “Daarnaast hebben zij toegang tot alle personeelssystemen en moeten daar zorgvuldig mee omgaan. Deze systemen mogen niet oneigenlijk gebruikt worden. Ook niet op verzoek van een commandant of collega.”

Tijdens de TMO gaan de adviseurs dan ook met elkaar de morele dilemma’s ‘afpellen’. Verschillende vragen komen daarbij aan de orde. Een belangrijke is bijvoorbeeld: van wie is het dilemma eigenlijk? In veel gevallen ligt de uiteindelijke beslissing bij de leidinggevende en adviseert de P&O’er slechts. Welke wegen bewandel je? En wat zijn de consequenties? 

"De P&O-adviseur bevindt zich soms in een kwetsbare positie"

 

Negatieve besluiten

Behalve dat hij adviseert, heeft de P&O’er een uitvoerende rol in veel personeelszaken. Dus na het advies houdt zijn taak niet op. Zo bleek tijdens de presentatie dat adviseurs, vooral in het functietoewijzingsproces, nogal eens te maken krijgen met zaken die niet helemaal volgens de regels verlopen. Bijvoorbeeld een commandant die buiten de procedure om al de toezegging heeft gedaan aan een kandidaat dat hij de baan krijgt. Op zo’n moment heeft de adviseur een actieve rol in het proces. Laat hij het dan lopen of trekt hij aan de bel? Kiest hij voor de laatste optie: in hoeverre is de relatie met de leidinggevende dan verstoord? Ook moeten adviseurs soms negatieve besluiten adviseren over mensen die ze later in hun loopbaan weer tegen gaan komen. 

 

Gevoelskwesties

Hovinga: “Morele dilemma’s spelen zich af in een grijs gebied waar de regelgeving onvoldoende houvast biedt. Vaak zijn het gevoelskwesties. Tijdens de Training Morele Oordeelsvorming gaan collega’s met elkaar aan de slag met integriteit en maken samen afwegingen. Het doel is dat besluiten en adviezen aan de commandant meer weloverwogen tot stand komen. Belangrijk leerdoel is dan dat je heel duidelijk onder woorden kunt brengen hóe je tot het oordeel gekomen bent. En op welke wijze je recht doet aan alle betrokkenen, welke keuze je ook maakt. Dan kun je je oordeel goed verdedigen tegen iedere belanghebbende. Uiteindelijk draagt dit bij aan de verdere professionalisering van de P&O’er.”

Iedere P&O functionaris en loopbaanbegeleider doorloopt de 1-daagse TMO verplicht. Die van januari is het startpunt. Om het thema onder de aandacht te houden, wonen de functionarissen jaarlijks 3 keer een Moreel Leeroverleg bij. Daarin bespreken de P&O’ ers nieuwe morele dilemma’s en andere zaken over integriteit.

Een extern bureau verzorgt in eerste aanleg de TMO en het Morele Leeroverleg. Dit bureau, Governance and Integrity, heeft ook een ‘train the trainer’-programma opgezet, zodat eigen P&O-personeel de sessie op den duur zélf kan geven.

Behalve dat Defensie zijn P&O-functionarissen verder professionaliseert, biedt de TMO een unieke gelegenheid om het aantal en de soorten dilemma’s waarmee het personeel te maken krijgt, te inventariseren. Aan de hand van die gegevens wil de projectorganisatie in de toekomst een ‘manifest’ over morele dilemma’s uitbrengen.

 

 


 

 

Onderhandelaarsakkoord ambtenaren leidt tot versobering pensioenregeling.

De vakcentrales hebben een nieuw Pensioen akkoord bereikt of dit voor alle aangesloten deelnemers en dus ook voor u als (Post) actief militair, even goed uit valt kunt u aan de hand van dit verhaal zelf ontdekken.
Het onderhandelaarsakkoord dat vertegenwoordigers van overheidswerkgevers en drie van de vier vakcentrales op 10 juli sloten, gaat uit van een lagere premie en leidt dus tot versobering van het pensioen. Dat concludeert ABP als het kijkt naar de pensioenonderdelen uit het onderhandelingsakkoord. In het onderhandelingsakkoord zijn afspraken gemaakt over een stijging van de lonen en een wijziging van de pensioenregeling, die leidt tot een verlaging van de pensioenpremie. De pensioenen worden in de toekomst niet meer aangepast op basis van de loonontwikkeling maar op basis van de prijsontwikkeling.
 
Versobering regeling
De versobering van de regeling als gevolg van het onderhandelaarsakkoord werkt op termijn voor jongeren, die nog het meeste pensioen gaan opbouwen, het sterkst door, en leidt naar verwachting tot een daling van hun pensioen. Naarmate de leeftijd vordert is het effect kleiner, maar toch duidelijk. Voor 65-plussers zijn de effecten naar verwachting beperkt.
 
Wie doet wat?
ABP is als uitvoerder van de pensioenregeling geen onderhandelingspartij. De sociale partners voerden deze onderhandelingen en geven vorm aan de diverse cao’s voor de ambtenaren. De werkgevers en werknemers in de Pensioenkamer zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de pensioenregeling en wijzigingen daarin. Het ABP-bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling en het bepalen van de definitieve kostendekkende premie voor die regeling eind november dit jaar. Dit op basis van de dan geldende rente.
 
Uw pensioen- regeling is in 2015 veranderd
U  bent militair
Via uw werkgever Defensie bouwt u pensioen op bij ABP. Extra geld voor later, als aanvulling op het wettelijk basisinkomen van de overheid. U krijgt hiermee niet alleen te maken als u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Ook al veel eerder. Denk aan arbeidsongeschikt worden en overlijden.
 
Waarom verandert de regeling voor militairen?
Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers (de ‘sociale partners’) zijn in de Pensioenkamer een onderhandelingsresultaat overeengekomen over de nieuwe pensioenregeling.
De Pensioenkamer heeft afspraken gemaakt over onder andere:
  • pensioenrekenleeftijd
  • pensioenopbouw boven € 100.000
  • het opbouwpercentage
ABP-regeling aangepast
Omdat de wetgeving is veranderd, heeft de Pensioenkamer de ABP-regeling moeten aanpassen. Hierbij hebben zij rekening gehouden met de betaalbaarheid van de regeling. Het belangrijkste is dat de pensioenrekenleeftijd van 65 naar 67 jaar gaat. Daarnaast mag er geen pensioen meer worden opgebouwd over het bedrag boven een pensioengevend inkomen van € 100.000. De veranderingen gelden voor deelnemers die nu pensioen opbouwen.
Wat betekenen de wijzigingen voor u?
De pensioenregeling wordt aangepast. We leven en werken langer. Het kabinet heeft daarom de fiscale regels voor de opbouw van pensioen in 2015 gewijzigd. Door deze veranderde wetgeving hebben de sociale partners de ABP- regeling aan moeten passen.
 
Pensioenrekenleeftijd van 65 naar 67 jaar
Vanaf 1-1-2015 heeft ABP de zogenaamde pensioenrekenleeftijd verhoogd van 65 naar 67 jaar. Dit betekent dat wij bij het vaststellen van de premie en het berekenen van uw toekomstige pensioen ervan uitgaan dat uw pensioen ingaat op uw 67ste. Dit betekent dat het vanaf 2015 opgebouwde pensioen lager wordt. Toch gaat u nog steeds op uw 65ste met pensioen.
Tot nu toe ging ABP bij alle berekeningen uit van een pensioenrekenleeftijd van 65 jaar. Maar vanaf 1-1-2015 berekenen wij het pensioen dat u vanaf die datum opbouwt met een pensioenrekenleeftijd van 67 jaar. Het pensioen dat u al opgebouwd hebt tot 1-1-2015 verandert hierdoor dus niet. De pensioendatum blijft 65. De leeftijd 67 wordt uitsluitend gebruikt voor de berekening van het pensioen.
 
Geen pensioenopbouw boven € 100.000
Een andere belangrijke wijziging in de nieuwe wetgeving is de aftopping van het pensioengevend salaris boven €100.000. Dat wil zeggen, als u meer dan € 100.000 bruto per jaar verdient, bouwt u geen pensioen op over het bedrag boven die € 100.000 via uw ABP-regeling. Uw pensioenopbouw daalt. Dit is wettelijk bepaald. Momenteel overleggen de sociale partners over de mogelijkheden van een aanvullende nettopensioenregeling.
 
Opbouwpercentage blijft 1,75%
Hebt u begin november 2014 geen brief ontvangen van uw werkgever? Dan blijft uw opbouwpercentage 1,75%
Hebt u begin november 2014 een brief ontvangen van uw werkgever? Dan is er toestemming gevraagd van uw partner om het opbouwpercentage van 1,75% te handhaven. In de brief hebt u gelezen waarom dat nodig is en wat u moest doen. Hebt u vragen, dan kunt u contact opnemen via telefoonnummer 0800 225 57 33.
 
Wat betekent de nieuwe pensioenregeling voor u?
Pensioenkamer maakt ABP pensioenregeling
De Pensioenkamer, met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, bepaalt hoe de pensioenregeling van ABP eruit ziet. Daarna gaat dit voorstel naar het ABP-bestuur. Het bestuur toetst of de regeling uitvoerbaar is. Vervolgens past het bestuur het reglement aan en stelt de premie vast.
 
Wat gebeurt er met de premie?
Vanaf 1-1-2015 is de pensioenpremie gedaald naar 20,5% van uw pensioengevend salaris, na aftrek van de franchise (het deel van uw salaris waarover u geen pensioenpremie betaalt). In 2014 was de pensioenpremie 26,9%.
Meer informatie
Via abp.nl, ABP Nieuwsbrief en het ABP Magazine houden we u de komende maanden op de hoogte van alle veranderingen die voor u belangrijk zijn.
Alle informatie vindt u in het dossier 'Uw pensioenregeling is in 2015 veranderd'
In 2015 is uw pensioenpremie gedaald. De pensioenpremie is 20,5% van uw pensioengevend salaris, na aftrek van de franchise (het deel van uw salaris waarover u geen pensioenpremie betaalt). De pensioenpremie is de premie voor uw ABP Ouderdomspensioen en ABP Nabestaandenpensioen. De werkgever betaalt 70% van deze premie, de deelnemer betaalt zelf 30%.
 
Waarom is er een premiedaling?
De daling van de pensioenpremie met 6,4%-punt heeft een aantal oorzaken. De pensioenrekenleeftijd gaat van 65 naar 67 jaar. U gaat echter nog steeds met 65 jaar met pensioen. Verder bouwt u via uw ABP-regeling geen pensioen meer op boven een salaris van € 100.000. Dit is onderdeel van de wijziging van de pensioenregeling per 1-1-2015. Daarnaast komt de tijdelijke herstelopslag te vervallen. Hiervan is 3%-punt verwerkt in de premiedaling.
 
Pensioenen groeien niet mee met de lonen
De pensioenen groeien in 2015 niet mee met de lonen. De financiële situatie van ABP was niet voldoende om de pensioenen te kunnen indexeren. Op de peildatum (31 oktober 2014) was de dekkingsgraad 102,3%. Om te kunnen indexeren moest de dekkingsgraad minimaal 104,2% zijn. In 2014 was de gemiddelde loonontwikkeling bij overheid en onderwijs 0,63%. De totale gemiste indexatie kwam eind 2014 uit op bijna 10%.
Bouwt u nog pensioen op of ontvangt u een UGM-uitkering? Dan wordt bij geen of beperkte indexatie een 'beperkingsbedrag' vastgesteld.
ABP probeert ieder jaar uw pensioen te verhogen met de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs. Dit heet indexatie.
  • Ontvangt u pensioen? Of bent u niet meer werkzaam bij Defensie, maar hebt u uw pensioen niet meegenomen naar uw nieuwe pensioenfonds? Dan vindt indexatie plaats zoals die ook voor deelnemers bij overheid en onderwijs geldt.
  • Bouwt u nog pensioen op of ontvangt u een UGM-uitkering? Dan wordt bij geen of beperkte indexatie een 'beperkingsbedrag' vastgesteld.
Wanneer de dekkingsgraad lager is dan 104,2% vindt er geen indexatie plaats. Het hangt af van de financiële situatie van ABP wanneer (volledige) indexatie weer mogelijk is.
Hoe nu verder?
De ABP-pensioenregeling is in 2015 veranderd. Er zijn nieuwe spelregels voor pensioenfondsen. En er is beslist over premie en indexatie. Wat is de status van al deze wijzigingen?
 
ABP-pensioenregeling
Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers (de ‘sociale partners’) zijn in de Pensioenkamer een onderhandelingsresultaat overeengekomen over de nieuwe pensioenregeling voor 2015.
Nieuwe pensioenregels
De Tweede Kamer heeft ingestemd met de nieuwe regels voor pensioenfondsen. De Eerste Kamer is akkoord met het voorstel, de nieuwe regels vanaf 1-1-2015.
 
Premie- en indexatiebesluit
Vanaf 1-1-2015 is de pensioenpremie gedaald naar 20,5% van uw pensioengevend salaris, na aftrek van de franchise (het deel van uw salaris waarover u geen pensioenpremie betaalt). In 2014 was de pensioenpremie 26,9%.
De pensioenen groeien in 2015 niet mee met de lonen. De financiële situatie van ABP is niet voldoende om de pensioenen te kunnen indexeren. Op de peildatum (31 oktober 2014) was de dekkingsgraad 102,3%. Om te kunnen indexeren moest de dekkingsgraad minimaal 104,2% zijn. In 2014 was de gemiddelde loonontwikkeling bij overheid en onderwijs 0,63%. De totale gemiste indexatie kwam eind 2014 uit op bijna 10%.
Uitgebreide informatie vind u op de ABP sit:
https://www.abp.nl/militair/over-pensioen/nieuwe-pensioenregeling/wat-betekenen-de-wijzigingen-voor-u.asp
 
 
Ga goed verzekerd op vakantie dit voorkomt achteraf veel narigheid:
Met de vakantie in het vooruitzicht is het niet overbodig eens stil te staan bij het afsluiten van een goede verzekering.
Immers vertoevend in een ander land met andere hygiënische gewoontes, kan dit voor het voedsel verterings gestel wel eens problemen geven.
Daarnaast behoord het in het buiteland betrokken raken bij een ongeval tot een reële mogelijkheid.  
Welnu raak je betrokken bij een ongeluk op vakantie of wordt je ziek en moet je hiervoor behandeld worden dan bestaat de mogelijkheid dat je ongewild in een privekliniek terecht komt,
Wie draait er dan op voor de kosten?
  
Wat is wel en wat is er niet verzekerd?
Wanneer je op reis of vakantie naar het buitenland gaat, blijf je verzekerd voor de Zorgverzekeringswet. De AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voorziet in een groot deel van de tegemoetkoming.
Een groot deel, want let op niet alles wordt vergoed.
de verzekeraar gaat uit van vergelijkbare kosten die in eigen land zouden zijn gemaakt.
Nu heeft Nederland met een groot aantal landen, de zogenaamde verdragslanden, afspraken gemaakt om elkaars verzekerden te helpen indien dezen zorg nodig hebben.
 De kosten worden achteraf met Nederland verrekend.
In deze landen heb je recht op de in dat land geldende medische zorg wettelijke verzekeringspakket (basispakket).
Let wel dit gaat alleen op voor die landen waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt, het is dan ook goed je vooraf te vergewissen of er van dergelijke overeenkomsten sprake is.
Mocht de AWBZ niet tot een gehele uitkering overgaan is het raadzaam om eens goed naar je reisverzekering te kijken, en eventueel te overwegen een verzekering met dekking voor medische kosten in het buitenland af te sluiten.
Zo’n aanvullende Aanvullende dekking voor ziektekosten buitenland kost gemiddeld 30 tot 50 cent per dag extra. Je bent dan over het algemeen tijdens je vakanties in het buitenland verzekerd voor ziektekosten.
 Wel of geen privé kliniek.
Als je tijdens de vakantie ziek wordt dan kan het zijn dat je naar een privékliniek wordt gebracht. De zorg is dan beter, maar de kosten kunnen in een privékliniek hoger zijn in Nederland.
Je zorgverzekering zal deze kosten alleen vergoeden als je aanvullend bent verzekerd. Een reisverzekering vergoedt deze kosten alleen indien je een dekking hebt voor geneeskundige kosten.
 Bijvoorbeeld:
Stel je krijgt tijdens zijn vakantie in Turkije een hartaanval. Een ambulance bracht je naar een privékliniek, en moet hier een aantal weken blijven.
Bij thuiskomst valt er een rekening van op de mat of je maar even € 15.000 wil betalen.
In de veronderstelling dat je voldoende verzekerd bent klop je eerst maar eens bij de zorgverzekeraar aan.
Als die niet het volledige bedrag vergoedt, volgt de reisverzeke­ring, en wat er overblijft, is voor dan voor eigen rekening
De basiszorgverzekering vergoedt medische kosten in het buitenland tot Nederlands prijspeil. Een privékliniek is vrijwel altijd duurder en wordt dus nooit helemaal vergoed.
Indien je een aanvullende verzekering hebt, kan dit anders liggen maar dit is afhankelijk van het pakket.
Er zijn aanvullende verzekeringen die tot 2x Nederlands prijspeil dekken en er zijn er die de kostprijs vergoeden.
Indien er kosten overblijven die de zorgverzekeraar niet vergoedt, dan kun je aanspraak maken op de reisverzekering hiervoor geld wel dat dit alleen mogelijk is wanneer je medische kosten hebt meeverzekerd.
Een bijkomend voordeel van een reisverzekering is dat die ook niet-medische kosten vergoedt.
Mocht je onverhoopt je terugreis op later tijdstip moeten maken dan moet een nieuwe terugreis worden geboekt. De reisverzekeraar betaalt deze kosten, en dat doet een zorgverzekeraar niet.
Als je géén reisverzekering met medische dekking hebt, dan moet je een groot deel van de rekening zelf betalen.
Kort om; Wil je zorgeloos op vakantie loont het echt de moeite om je te vergewissen van een goede verzekering.
Ook hier geldt voorkomen is beter dan genezen!
 

 
Uitkering Gewezen Militairen     Als u als militair stopt met werken en met leeftijdsontslag gaat, krijgt u op basis van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UGM) een uitkering. Deze uitkering krijgt u totdat u ABP OuderdomsPensioen gaat ontvangen.
 Hoeveel UGM krijgt u?   De hoogte van uw UGM-uitkering is 73% van uw uitkeringsgrondslag. Basis voor de uitkeringsgrondslag is uw salaris en de toelagen die Defensie meeneemt in de pensioengrondslag. Uw UGM-uitkering is inclusief:
  • vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering
  • 9,3% vergoeding voor Extra Beslaglegging (VEB)
  • eventuele pensioengevende toelagen  
Hoe vraagt u UGM aan?  
Wij krijgen van Defensie bericht wanneer u met ontslag gaat. U ontvangt dan van ABP een betaalformulier en een brochure. Stuur het formulier volledig ingevuld en ondertekend naar ons terug, dan zorgen wij dat u vanaf het einde van de maand waarin u ontslagen bent, uw uitkering krijgt.
Wat is het effect van de hogere AOW-leeftijd?   
Met ingang van 2013 stijgt de leeftijd waarop u voor het eerst AOW ontvangt. Dat gebeurt stapsgewijs van 65 jaar nu naar 67 jaar in 2021. Hierdoor kunt u tijdelijk te weinig inkomen hebben. Op uw 65ste stopt namelijk de UGM en ontvangt u voor het eerst ABP OudersdomsPensioen, maar nog geen AOW.
Om dit tijdelijke inkomensverlies op te vangen, zijn er twee overbruggingsregelingen: de SVB-regeling en de AOW-overbrugging in de ABP-regeling (ABP-overbrugging). U kunt maar van één regeling gebruikmaken. 
Hoe vangt u het AOW-gat op?  
Mogelijk hebt u door de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd een of meer maanden een lager inkomen als u met pensioen gaat. Om dit tijdelijke inkomensverlies op te vangen, zijn er twee overbruggingsregelingen:
  • De SVB-regeling
  • De AOW-overbrugging in de ABP-regeling (ABP-overbrugging)
De SVB-regeling
Voor de lagere inkomens heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een kosteloze overbruggingsregeling. Als u voor de overbruggingsregeling in aanmerking komt, informeert de SVB u hierover.
Voor wie geldt de SVB-regeling?     
De overbruggingsregeling van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is bedoeld voor de lagere inkomens. Dit betekent onder andere dat u moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
  • Uw inkomen in de maand waarin u 64 jaar en 6 maanden bent, ligt onder de vastgestelde grens. Dit betekent voor alleenstaanden dat uw inkomen lager moet zijn dan 200% van het bruto wettelijk minimumloon. Als u een partner hebt, moet uw gezamenlijk inkomen lager zijn dan 300% van het bruto wettelijk minimumloon.
  • Op 1-1-2013 ontving u ABP Keuze Pensioen, UGM, FPU/VUT of een uitkering uit een andere inkomstenregeling.
  • Uw vermogen ligt op 1 januari van het jaar waarin u 65 jaar wordt onder de vrijstellingsgrens van box 3.
Kijk voor de precieze voorwaarden en verdere uitleg op de site van de SVB.
Maar let op!  
Komt u in aanmerking voor de SVB-regeling? Dan kunt u beter geen gebruik maken van de ABP-overbrugging. Uw recht op de SVB-regeling kan daardoor namelijk beperkt worden. Omdat de ABP-overbrugging in de meeste gevallen automatisch wordt toegepast, moet u zelf actie ondernemen als u hiervan geen gebruik wilt maken. Reageert u in dat geval op de pensioenopgave die u van ABP ontvangt.
De AOW-overbrugging in de ABP-regeling.  
ABP zorgt ervoor dat uw ABP-pensioen het tijdelijke inkomensverlies opvangt, totdat u de AOW-leeftijd bereikt. Dit betekent dat uw pensioen op een andere manier wordt verdeeld. Hierdoor zal uw maandelijkse pensioenuitkering voor de rest van uw leven iets lager zijn. De ABP-overbrugging geldt voor:
ABP KeuzePensioen   
Met ABP KeuzePensioen bepaalt u zelf wanneer u met pensioen gaat. Als u nog geen AOW ontvangt als u met pensioen gaat, compenseert ABP KeuzePensioen automatisch de AOW.  
FPU / ABP OuderdomsPensioen 
Uw ABP OuderdomsPensioen compenseert automatisch de AOW. 
UGM / militairen  
Uw ABP OuderdomsPensioen compenseert automatisch de AOW.
In de meeste gevallen past ABP de AOW-overbrugging automatisch toe. U wordt hierover per brief geïnformeerd. Wilt u niet dat ABP uw AOW-gat overbrugt met uw pensioenregeling? Dan moet u reageren op de pensioenopgave die u van ABP ontvangt.
Wanneer moet u in actie komen?  
U wilt gebruikmaken van: 
  • de SVB-regeling   Als u voor de overbruggingsregeling van de SVB in aanmerking komt, krijgt u een brief van de SVB. Het recht op de SVB-regeling kan echter beperkt worden wanneer u gebruikmaakt van de ABP-overbrugging. U kunt dit voorkomen door te reageren op de pensioenopgave van ABP. U moet ons dan schriftelijk laten weten dat u geen gebruik wenst te maken van de ABP-regeling.
  • de ABP-overbrugging
Komt u niet in aanmerking voor de SVB-regeling, dan kunt u gebruikmaken van de overbrugging in de ABP-regeling. Deze overbrugging wordt in principe automatisch aangeboden, ABP informeert u hierover bij uw pensioenopgave.
  • geen regeling
Als u niet van de ABP-overbrugging gebruik wilt maken, moet u schriftelijk reageren op de pensioenopgave van ABP. U moet dan expliciet aangeven dat u geen gebruik wilt maken van de ABP-overbruggingsregeling. Van de SVB ontvangt u alleen een brief als u voor de SVB-regeling in aanmerking komt.
 
 OBR (overbruggingsregeling)
Wat is de overbruggingsuitkering?
Door de verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 1 januari 2013 kunt u tijdelijk minder inkomen hebben. Dat kan als u een VUT of vergelijkbare (particuliere) regeling heeft, die stopt of lager wordt vóór uw AOW-pensioen ingaat. U kunt dan misschien een overbruggingsuitkering krijgen.
De overbruggingsuitkering loopt vanaf uw 65e verjaardag tot de dag waarop uw AOW ingaat. Stopt uw VUT of vergelijkbare regeling na uw 65e verjaardag of wordt deze na uw 65e verjaardag lager? Dan gaat de overbruggingsuitkering in op de dag waarop uw VUT of vergelijkbare regeling stopt of wordt verlaagd.
 De overbruggingsuitkering is geen lening maar een uitkering.
Wanneer kunt u een overbruggingsuitkering aanvragen?
Voor de overbruggingsuitkering gelden voorwaarden. U kunt alleen een uitkering krijgen als u aan alle voorwaarden voldoet. 
Als we volgens onze gegevens denken dat u aan de voorwaarden voldoet, krijgt u 3 maanden voor uw 65e verjaardag een brief van ons over het aanvragen van de overbruggingsuitkering.
Vul de vragen in en kijk of u aan alle voorwaarden voldoet.
Voldoet u aan de voorwaarden? Dan ziet u vanzelf een link waarmee u een OBR kunt aanvragen.
Wat zijn de voorwaarden?
U had op 1 januari 2013 een uitkering uit een van de volgende regelingen:Deze uitkering stopt of wordt lager in de maand waarin u 65 jaar wordt of op de eerste dag van de maand na uw 65e verjaardag.
  • VUT, prepensioen, overbruggingspensioen of functioneel leeftijdsontslag
  • partnerpensioen
  • particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering voor (voormalige) zelfstandigen
  • particuliere Anw-hiaatverzekering of een particuliere WIA/WGA-verzekering
  • lijfrente wegens ontslag (ontslagvergoeding die door uzelf of de werkgever is omgezet in een periodieke uitkering)
  • wachtgelduitkering op basis van een wachtgeldregeling
  • levensloop of
  • niet-Nederlandse uitkering die overeenkomt met een van bovengenoemde regelingen
  1. Uw inkomen ligt beneden een bepaalde grens. Als u alleenstaand bent, is uw inkomen in de maand waarin u 64,5 jaar bent lager dan 200% van het bruto wettelijk minimumloon. Per 1 januari 2014 is dat € 2.971,20. Als u een partner heeft is het inkomen van u en uw partner samen lager dan 300% van het bruto wettelijk minimumloon. Per 1 januari 2014 is dat € 4.456,80. Eenmalige inkomsten in die maand, zoals een bonus, eindejaarsuitkering of vakantiegeld tellen niet mee.
  2. Uw vermogen op 1 januari van het jaar waarin u 65 jaar wordt, ligt onder de vrijstellingsgrens van box 3. Op 1 januari 2014 ligt die grens voor alleenstaanden op € 21.139 en voor partners op € 42.278. Voor (voormalige) zelfstandigen geldt boven deze grens nog een extra vrijstelling van € 114.131. Uw eigen huis en pensioenvermogen tellen niet mee.
Hoe hoog is de uitkering?
Voldoet u aan alle voorwaarden? Misschien kunt u dan een overbruggingsuitkering krijgen. Als u een partner heeft die nog die nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt, kunt u boven op uw overbruggingsuitkering een partneruitkering krijgen. Hoeveel overbruggings- en partneruitkering u krijgt, hangt af van de inkomsten die u en uw partner hebben in de periode waarover u een uitkering kunt krijgen. Inkomsten uit loon en winst uit een eigen bedrijf gaan gedeeltelijk van de uitkering af. Overige inkomsten, zoals pensioenen, of afkoop van een pensioen, gaan helemaal van de uitkering af. Het resultaat kan zijn dat u geen overbruggingsuitkering krijgt. Heeft u een partner en heeft uw partner weinig of geen inkomsten? Dan kunt u wel een partneruitkering krijgen.
De hoogte van de overbruggingsuitkering hangt ook af van het aantal jaren dat u verzekerd bent geweest voor de AOW. Iedereen die in Nederland woont of werkt, is automatisch verzekerd. Ieder jaar dat u verzekerd bent, bouwt u 2% overbruggingsuitkering op.
 Partneruitkering vervalt in 2015
In 2015 vervalt de partneruitkering. U kunt vanaf 2015 alleen nog partneruitkering krijgen als u:
  • voor januari 2015 gehuwd of samenwonend was, en
  • voor 1 januari 2015 een gedeeltelijke of hele partneruitkering ontving, en
  • geboren bent vóór 1 november 1949, of
  • geboren bent in november 1949 en voor 1 maart 2015 een gedeeltelijke of hele partneruitkering ontving,
  • geboren bent in december 1949 en voor 1 april 2015 een gedeeltelijke of hele partneruitkering ontving.
Als u op of na 1 januari 1950 geboren bent, krijgt u geen partneruitkering.
Overbruggingsuitkering is tijdelijk
De overbruggingsuitkering is op 1 oktober 2013 ingegaan en werkt terug tot 1 januari 2013. Het gaat om een tijdelijke uitkering. Na 31 december 2018 kunnen geen nieuwe uitkeringen meer ingaan.
Bedragen vanaf 1 januari 2014
De overbruggingsuitkering kan nooit hoger zijn dan uw laatste VUT- of vergelijkbare uitkering. 
Maximum bruto bedrag per maand (exclusief 8% vakantiegeld)
U woont alleen
€ 1.121,87
U woont met een partner
€ 727,49
Partneruitkering
€ 727,49
U woont alleen met een kind onder de 18 jaar
€ 1.400,73
 

 
Dossier EenVandaag: oktober 2014 
Ziek van Defensie
  Het ministerie van Defensie heeft jarenlang ten onrechte claims afgewezen van militairen die ziek zijn geworden door het werken met PX-10, een kankerverwekkende wapenreinigingsolie. Dat blijkt uit een uitzending van Dossier EenVandaag die vanavond wordt uitgezonden.
De claims van de ziek geworden militairen werden afgewezen door Defensie, op basis van een rapport van het RIVM uit 2011. Het RIVM stelt in dat rapport dat er geen causaal verband zou zijn tussen de zieke militairen en het werken met PX-10. Buitenlandse toxicologen hebben ernstige kritiek op dat rapport. Ze stellen dat de gehanteerde methode van het RIVM niet deugt. “Wetenschappelijk niet correct", zo zegt de internationaal vermaarde Belgische toxicoloog Prof. Dr. Jan Tytgat in Dossier EenVandaag.
Na de eerste berichtgeving in 2008 en 2009 meldden zich duizenden militairen die met PX-10 hadden gewerkt.
Foute rekenmethode RIVM
De Belgische toxicoloog spreekt van een “foute rekenmethode” van het RIVM: “Men heeft een hoge blootstelling aan PX-10 van bijvoorbeeld twee weken verdeeld over een heel jaar. Dan kom je tot een lage waarde maar dat is een foute methode. Een korte periode in hoge mate blootgesteld worden aan een giftige stof, levert een zeer verhoogd risico op kanker op.”
Defensie ging willens en wetens door met giftig PX-10
Defensie-top: “Doorgaan met kankerverwekkend middel PX-10”
Verder blijkt dat het ministerie in 1984, toen intern al jaren bekend was dat de wapenolie zeer kankerverwekkend was, ondanks die kennis besloot door te gaan met het gebruik van het middel. Dat staat te lezen in een brief van de Defensie-top, via de Wet openbaarheid van bestuur in handen van Dossier EenVandaag. In de brief, gedateerd 26 juni 1984 staat: "Het produkt PX-10 blijft bij de KM (evenals KL en KLU) gehandhaafd."
Tienduizenden militairen gebruikten PX-10
Het omstreden wapenreinigingsmiddel, dat zeer giftig en kankerverwekkend is, werd gebruikt vanaf de jaren zestig tot 1993. Zowel beroepsmilitairen als dienstplichtigen hebben met het middel gewerkt. Omdat de reinigingsolie ook gebruikt werd door dienstplichtige militairen, wordt geschat dat tienduizenden soldaten met het kankerverwekkende middel in aanraking zijn geweest.
Het middel PX-10 werd gebruikt bij het reinigen van wapens en materieel in zowel de land-, luchtmacht en marine.
Het ministerie van Defensie en het RIVM wijzen de kritiek van de hand.
Politiek en vakbond reageren op zaak rond PX-10
Vandaag in EenVandaag reageren Kamerlid Angelien Eijsink (PvdA) en Anne-Marie Snels van militaire vakbond AFMP op de uitzending van Dossier EenVandaag van gisteren. Hierin bleek dat het ministerie van Defensie jarenlang ten onrechte claims heeft afgewezen van militairen die ziek zijn geworden door het werken met PX-10.
Militairen werkten soms jarenlang met het giftige schoonmaakmiddel. Claims werden afgewezen door Defensie, op basis van een rapport van het RIVM uit 2011. Maar buitenlandse toxicologen hebben ernstige kritiek op dat rapport. Ze stellen dat de gehanteerde methode van het RIVM niet deugt. 
Er kwamen veel reacties binnen op de uitzending van Dossier EenVandaag. Vanavond in EenVandaag spreken we met Angelien Eijsink van de PvdA en Anne-Marie Snels van de AFMP. Het ministerie van Defensie heeft jarenlang ten onrechte claims afgewezen van militairen die ziek zijn geworden door het werken met PX-10, een kankerverwekkende wapenreinigingsolie. Dat blijkt uit een uitzending van Dossier EenVandaag die vanavond wordt uitgezonden. De claims van de ziek geworden militairen werden afgewezen door Defensie, op basis van een rapport van het RIVM uit 2011. Het RIVM stelt in dat rapport dat er geen causaal verband zou zijn tussen de zieke militairen en het werken met PX-10. Buitenlandse toxicologen hebben ernstige kritiek op dat rapport. Ze stellen dat de gehanteerde methode van het RIVM niet deugt. “Wetenschappelijk niet correct", zo zegt de internationaal vermaarde Belgische toxicoloog Prof. Dr. Jan Tytgat vanavond in Dossier EenVandaag. Na de eerste berichtgeving in 2008 en 2009 meldden zich duizenden militairen die met PX-10 hadden gewerkt.
Foute rekenmethode RIVM
De Belgische toxicoloog spreekt van een “foute rekenmethode” van het RIVM: “Men heeft een hoge blootstelling aan PX-10 van bijvoorbeeld twee weken verdeeld over een heel jaar. Dan kom je tot een lage waarde maar dat is een foute methode. Een korte periode in hoge mate blootgesteld worden aan een giftige stof, levert een zeer verhoogd risico op kanker op.”
 
Reactie RIVM
Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van Defensie uitgevoerd.
Het onderzoek is onder verantwoordelijkheid van het RIVM uitgevoerd door twee gerenommeerde en internationaal hoog aangeschrevenonderzoeksinstituten:
Het Institute of Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht (IRAS) en hetInstitute of Occupational Medicine (IOM) uit het Verenigd Koninkrijk.
                                                                                                                                                              
2.Het rapport is in het Engels geschreven zodat externe review door buitenlandse deskundigen mogelijk was. Een Amerikaanse en een Deense expert hebben het rapport ook daadwerkelijk gereviewed.  
 

                                                                                                           
3.Doelstelling van het onderzoek was: het schatten van de blootstelling aan benzeen en vluchtige organische stoffen (VOS) door het gebruik van PX-10 en het schatten vanmogelijke gezondheidsrisico’s door gebruik van PX-10 in het verleden. De nadruk lag daarbij op de relatie tussen benzeen en bepaalde kankervormen, met name leukemie                   
4.De gevolgde werkwijze is conform de stand van wetenschappelijke kennis. Gebruikte benaderingen en gegevens zijn in overeenstemming met die van internationaal gezaghebbende organisaties, zoals de International Agency for Research on Cancer (IARC een onderdeel van de Verenigde Naties’ Wereld Gezondheid Organisatie), de Nederlandse Gezondheidsraad en hetAmerikaanse National Institute for Occupational Safetyand Health (NIOSH) en het Environmental ProtectionAgency (US-EPA)    
5.Het gebruik van PX-10 in het verleden is niet goed bekend; Om het gebruik en de blootstelling zo goed mogelijk te reconstrueren zijn gesprekken gevoerd met (ex)medewerkers van Defensie die gewerkt hebben met PX-10, zowel militair als burgerpersoneel.                                                                                                      
 
6.Omdat het benzeengehalte vooral in het verleden hoog was, konden in het onderzoek geen praktijk metingen meer uitgevoerd worden. Daarom zijn bij het IOM een serie experimenten uitgevoerd.                                                              
7.Omdat praktijk metingen niet meer mogelijk waren is de blootstelling en daaruit voortkomende risico op leukemie gemodelleerd op basis van een aantal aannamen die uitvoerig in het rapport beschreven zijn.                                        
8.De aannamen zijn gebaseerd op gesprekken met de ex-gebruikers van PX-10 (volume van de ruimte waarin gewerkt werd, ventilatie van die ruimte, werkduur, en werkomstandigheden, gebruik en verversing van PX-10,etcetera), op de wetenschappelijke literatuur en op deresultaten van de uitgevoerde experimenten.                                                              
9.Er zijn zgn. gevoeligheidsanalyses uitgevoerd om te kijken of andere aannames tot andere conclusies zouden leiden.Dit bleek niet het  geval.                                                   
10.Benzeen wordt gezien als een genotoxische-kankerverwekkende stof waarvoor geen erkende veilige ondergrens aan te geven is waar beneden geen risico’s optreden. De hoogte van de risico’s hangt af van de duur en de hoogte van de blootstelling; een langdurig hoge blootstelling geeft een hoger risico dan kortdurende lage blootstelling.                         
11.Bij de wetenschappelijke beoordeling van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen in de arbeidssituatie wordt van lange termijn blootstelling uitgegaan; de norm voor benzeen in arbeidsomstandigheden (1 ppm) is daarop geënt. Uit het onderzoek blijkt dat deze norm niet overschreden is.                                                
12.Er zijn geen korte-termijn grenswaarden voor de arbeidssituatie die specifiek gericht zijn op beperking van de kankerrisico’s door pieken in benzeenblootstelling
13.De gangbare rekenwijze voor het schatten van het kankerrisico voor benzeen zijn geënt op lange termijn blootstelling; er zijn geen modellen voor beroepsblootstelling die uitgaan van piekblootstelling.                                                             
14.De gebruikte relaties voor het risico van benzeen komen uitwetenschappelijke onderzoeken in arbeidssituaties waarbij ook piekblootstellingen optraden; het risico dat samenhangt met dergelijke piekblootstellingen is dus al in de gebruikte relaties verwerkt.                                                                                                                                                                 
15.Uit de risico analyse komt naar voren dat onder defensiepersoneel dat vele jaren dagelijks intensief met PX-10 werkte, er volgens de berekeningen sprake is van 0,03 extra gevallen per 1.000 mannen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat er daadwerkelijk extra gevallen vanleukemie zijn opgetreden, zelfs als een paar duizend werknemers langdurig in hoge mate zijn blootgesteld aan PX-10.
 
Ongeruste militairen en oud-militairen kunnen zich melden via Claimzorg.
Wees terughoudend met het verstrekken van persoonsgegevens.
Het komt wel eens voor dat aan database houdende verenigingen of andere belangen organisaties het verzoek wordt gedaan om hun leden bestand ter hand te stellen.
Vooral indien een bepaalde vereniging bij een overkoepelende organisatie aansluiting zoekt wordt er wel eens een dergelijke voorwaarde tot toelating gesteld.
Dit is in het kader van de wet privacybescherming, zonder schriftelijke toestemming van betrokken personen, niet zomaar toegestaan, er kan in dergelijke gevallen worden volstaan met een opgave van aantal leden.
Eventueel kunnen naast deze aantallen de gevraagde bijzonderheden worden vermeldt.
 
De Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP)
In 2000 werd de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) aangenomen als gevolg van Europese privacy- richtlijn. Deze wet is de opvolger van de oudere Wet Persoonsregistratie (WPR).
De WBP bevat regels voor de "geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede de niet geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen."
Wat zijn persoonsgegevens.
Persoonsgegevens zijn alle gegevens waarmee een bepaald individu geïdentificeerd kan worden.
Het bekendste voorbeeld zijn naam- en adresgegevens, e-mailadressen en bijvoorbeeld MSN-accounts worden gezien als persoonsgegevens.
Gegevens die een waardering over een bepaalde persoon inhouden, bijvoorbeeld iemands sociaal of arbeidsverleden, foto of zelfs het IQ kunnen persoonsgegevens zijn.
Verwerking van persoonsgegevens
Verwerking wil zeggen elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens.
De wet geeft als voorbeeld het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens.
De regels bij verwerking van persoonsgegevens
De betrokkene moet voor elke verwerking van persoonsgegevens zijn toestemming hebben gegeven. Ook heeft hij het recht de informatie die over hem is opgeslagen, te corrigeren of te laten verwijderen. Organisaties die persoonsgegevens verwerken, moeten uitleggen hoe zij dat doen.
 
Voorafgaande toestemming
Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt in overeenstemming met de regels van de WBP.
Dit houdt in dat de betreffende persoon zijn toestemming moet hebben gegeven voor de verwerking.
Het is altijd de taak van de organisatie die de gegevens verwerkt om de betreffende persoon hierover te informeren.
Ook mogen persoonsgegevens alleen worden verwerkt in overeenstemming met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.